Schuilen…
Psalm 57 vers 5: “Ik neem de toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels, totdat de rampen voorbij zijn gegaan.”
Zondagochtend mochten we naar de kerk omdat Sophie bloemendienst had: ze neemt dan de bloemen uit de kerk mee naar iemand die een groet en medeleven vanuit de kerk wel kan gebruiken. De tocht naar de kerk was al raar: de straten waren leeg, want er gaat nu natuurlijk bijna niemand naar de kerk. Wij zijn gewend tegemoetkomende kerkgangers te groeten en dat misten we.
Het was goed om weer eens in de kerk te zijn, we missen het, ondanks diensten via internet. We waren met zestien mensen, zeg maar een elftal plus reservebank. Niet te veel, maar de anderen kijken en luisteren thuis mee, hoe gebrekkig die wijze dan ook is, de Heilige Geest gaat door! We zongen Psalm 84. Ik citeer voor het gemak maar even uit de oude berijming, die ken ik uit mijn hoofd: “Zelfs vindt de musch een huis, o Heer, de zwaluw legt haar jongstens neer, in ’t kunstig nest bij Uw altaren.” Als kind klonken die aparte woorden mystiek en fascinerend in mijn oren. Nu een beetje wrang want de kerkdeur staat maar op een kier en zelfs een musch kan haast niet binnen!
Soms is het of God Zijn deur op een kier heeft. Ik loop er weleens tegenaan en kom dan niet verder. De hemel lijkt van koper en mijn gebed lijkt niet verder te komen dan het plafond. Ik ben vast niet de enige. Hoeveel eenzamen zijn er juist nu. Mensen die hun geliefde, of meest dierbaren al weken moeten missen. En maar bidden: “Mag dit toch ophouden.” Wanneer mogen we elkaar weer ontmoeten, alles blijft hetzelfde! Waarom bid ik eigenlijk? Het helpt niets!
De radio gaf antwoord met het vers van Psalm 57 dat hierboven staat. Schuilen bij God is ook vertrouwen op God. Zo heeft God altijd een luisterend oor voor ons. Hij hoort ons altijd, maar vérhoren duurt soms iets langer. Dat is moeilijk te verteren, maar laten we dat aan God overlaten. Ik citeerde laatst uit het boek Jesaja dat Gods gedachten hoger zijn dan de onze. God heeft het totaaloverzicht over ons leven en daar moeten we op vertrouwen: God is niet lief, God is liefde! Lief is vaak kortzichtig, liefde reikt veel verder, Gods liefde gaat tot voorbij de horizon! En als het naar ons idee te lang duurt: we hebben hoop! In Romeinen 5 vers 5 lees ik: “En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.” Dit is een grote troost voor ons.
We zagen zondag een futenmoeder met twee jongen op haar rug: alleen de piepkleine kopjes staken boven haar veren uit. Is er een mooier voorbeeld denkbaar? Ze schuilen bij hun moeder en vertrouwen op hun moeder, ze weten niet beter, dat gaat vanzelf, want het zit in hun instinct! “Kijk naar de vogels in de lucht (en in het water): zij zaaien niet en maaien niet, en verzamelen niet in schuren; uw hemelse Vader voedt ze evenwel; gaat u ze niet ver te boven?” Wij mogen bij God schuilen en ons veilig weten. Wij hebben geen instinct, misschien zijn we het afgeleerd. Wij moeten het zelf doen, maar wel met de hulp van de Heilige Geest! Daar mógen we om bidden, voor onszelf, daar móeten we om bidden voor anderen!
Mijn fantasierijke kinderziel zag die musch een nestje bouwen op een troon, à la troonrede.
Was het nog maar zo eenvoudig…
Ons Bijbels dagboekje wees ons op Markus 10 vers 14: “Laat de kinderen tot mij komen en verhindert hen niet, want voor zulke mensen is het Koninkrijk van God.”
Dus toch! Zo eenvoudig…
Schuilen, onder Zijn vleugels… totdat de rampen voorbij zijn gegaan.