Liefde…
Galaten 5 vers 13b: “Dient elkander door de liefde.”
Vooruitlopend op de beslissing van de spellingcommissie heb ik het werkwoord ‘camperen’ alvast aan onze spellingcontrole toegevoegd. Wij zijn nu drie weken op stap en ‘houden zondag’ nabij Hijkersmilde. Zondags rijden we niet en vieren we de dag des Heeren.
Bovenstaande Bijbeltekst was de trouwtekst van mijn ouders, zevenenzeventig jaar geleden! Het had eigenlijk halverwege dit verhaal moeten staan want God leidde me ernaartoe, ik had een heel ander stukje in gedachten, maar Geest-drift, hè? Dat heb ik niet altijd in de hand.
Wij camperen graag wild en dat betekent juist rustig: wij staan graag in ons eentje, vrij van andere mobile huizen. Op camperplaatsen is het vaak dringen voor een plekje, het staat daar vol met patsers die haantjesgedrag vertonen: wie heeft de grootste en wie de duurste? Wij zoeken graag rust en dat staat dan ook op ons campertje: ‘Sela’, dat betekent: ‘rustteken, verandering van tempo of maatsoort’, snap je? Dat begint zodra we instappen.
Wild camperen is illegaal, je bent dus strafbaar. In die zin doet het me denken aan het werk dat ik deed: buiten de bebouwde kom reed ik wel over fietspaden omdat ik om de honderd of paarhonderd meter een meting moest verrichten. Je bent dan in overtreding en ondergeschikt aan anderen: als er een fietser naderde stopte ik even in de berm: ik had geen rechten, alleen plichten. Ik keek naar die fietser: wat ben jij van plan, dan pas ik me aan.
Zo moet je wild camperen ook met verstand doen. Ga bijvoorbeeld niet tussen eerste en tweede pinksterdag op de Scheldeboulevard in Vlissingen overnachten, daar worden campers geweerd als lastige vliegen en word je geheid van je bed gelicht. Denk na: waar val ik het minst op, waar erger ik niemand. Je moet juist toeristenluwe gebieden opzoeken, waar men elkaar en ook camperaars nog gedag zegt. En: je bent in overtreding en strafbaar, daarom moet je altijd de minste willen zijn!
Is dat in het dagelijks leven ook niet zo? Ik denk aan de omgang met onze naasten: in de eerste plaats je partner, maar ook je familie, je buurman, je collega. We zijn steeds weer in overtreding en strafbaar, daarom moeten we de minste willen zijn! Paulus schreef: “Door genade alleen…” Ik dacht aan 1 Johannes 4 vers 10 en 11: “Hierin is de liefde, niet dat wij God lief hebben gekregen, maar dat Hij ons liefhad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden. Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben.” God had ons eerst lief, toen pas wij Hem! Zijn liefde schept ons verplichtingen: wij moeten Gods liefde uitstralen en naleven, ook in ons dagelijks leven!
Maar er is meer aan de hand: de liefde van Jezus voor ons! Hij wilde de minste zijn. Hij was niet in overtreding, Hij liet zich toch strafbaar stellen en was ondergeschikt, aan ons!
Soms is het in ons leven buigen of barsten. Jezus moest beide! Wij moeten buigen, ten eerste voor God, maar ook voor elkaar: de minste willen zijn. Dat is soms even slikken!
Boven het hoofdstuk in 1 Johannes 4 staat: “Gods liefde drijft tot wederliefde.” Als we Gods liefde voor ons begrijpen, dan willen we dat: wederliefde!
Je weet het toch wel, die beroemde tekst uit 1 Korinthe 13?
“En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie,
maar de meeste van deze is de liefde.”