Geest-drift

Opa Jantje…


Deuteronomium 6 vers 5-7: “Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één! Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht. Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.”

Zoals je weet ben ik in de binnenvaart geboren en getogen. Mijn ‘thuis’ was een tjalk, in 1905 als zeilschip gebouwd, in de loop der jaren gemotoriseerd en min of meer gemoderniseerd. In 1977 weer onder zeil gebracht en sindsdien in gebruik als charterschip in de ‘bruine vloot’.
Onlangs zijn wij uitgenodigd door de huidige schipper om een dag mee te varen op de Oosterschelde. Hij had nog veel onbeantwoorde vragen over het schip. Zaterdag genoten wij met volle teugen van die belevenis!
Het was goed om onze roots terug te zien, evenals een aantal familieleden die we jarenlang niet gezien hadden. Allemaal nazaten van opa Jan Scherpenisse. Hij had de tjalk gekocht en die werd uiteindelijk na een best wel heftig en spannend verhaal eigendom van onze ouders, het schip waarop mijn twee zussen en ik geboren en opgegroeid zijn.
Opa, altijd Jantje Scherpenisse genoemd, was een voortvarend man. Klein van gestalte, maar groot in daden. In de crisistijd van de jaren dertig liet hij een nieuw scheepje bouwen. In 1934 kocht hij er de tjalk bij voor twee zoons van hem. Hij werd wel van roekeloosheid beticht, met zo’n groot gezin! Opa had een vast geloof en leefde altijd in het vertrouwen dat God hem zou helpen. Mijn moeder vertelde eens dat de spaarpotten van de kinderen soms geleegd moesten worden, maar opa hield het hoofd boven water!
Opa Jantje was niet alleen voortvarend als ondernemer, hij verwekte intussen ook nog eens tien kinderen. Opoe Pietje moest dus ook een zware last bijdragen. De karakters botsten soms: opoe was een bedachtzame vrouw, opa was meer van ‘effe hup’. Die karaktertrek zie ik nog wel terug in zijn nageslacht! Er volgden dertig kleinkinderen. Van de daaropvolgende generaties ben ik de tel kwijt. God niet: Hij laat nooit los wat Zijn hand begon. Tijdens dat uitje was er één lid van de vijfde generatie aanwezig!
Jantje Scherpenisse was een alom gerespecteerd man, deels door zijn doortastende levenswijze, maar vooral door zijn ambt als ouderling. Nu is zijn naam bijna vergeten, zo gaat dat in deze sterfelijke wereld. Een rondje in mijn eentje op en in het schip was best wel emotioneel: er kwamen veel herinneringen boven. Ik zag her en der nog de hand van mijn vader, maar die sporen gaan vervagen: de vergankelijkheid van mensenwerk.

Goddank hebben wij uitzicht op een eeuwig leven: het evangelie werd doorgegeven van geslacht tot geslacht. De echo van opa Jantje Scherpenisse klinkt nog steeds, want op zijn grafsteen staat: “Zalig zijn de doden die in den Heere sterven”, een stukje uit Openbaring 14 vers 13.
Soms maken wij ons zorgen of alle nakomelingen van Jantje Scherpenisse wel in Gods spoor volgen. Wees gerust, in Psalm 100 vers 5 staat: “Want de HEERE is goed, Zijn goedertierenheid is voor eeuwig, Zijn trouw van generatie op generatie.”
Ik denk aan de berijmde Psalm 100: “Juicht Gode toe, bazuint en zingt!”
Straal je geloof uit, zeg het voort en leef het voor!
De echo van opa Jantje!