Bergen…
Filippenzen 3 vers 21 (NBV): “Met de kracht waarmee God in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan Zijn verheerlijkt lichaam.”
Er staat een Bijbels kalendertje bij ons in de hal: elke dag een blaadje omslaan, dan zie je een Bijbeltekst met een verhaaltje erbij. Sophie kwam ermee aanzetten: de tekst hierboven in de NBV, niet mijn favoriete vertaling, maar in dit geval wel erg treffend! Nee, geen toeval!
We stonden bij het open graf van een goede vriend die ik al vijftig jaar ken. Dan besef je ineens: mijn generatie! Ik hoorde iemand zeggen; “Misschien ben ik wel de volgende…
Bovenaan de liturgie van de afscheidsdienst stond: “’k Sla d’ ogen naar ’t gebergte heen.” De organist speelde dit tijdens het indragen. Als je die Psalm leest zie je de belangrijkste zin van Psalm 121: “… uw ziel zal Hij bewaren.” Onze ziel komt dus terug in een gezond lichaam met een gezond hoofd. Wat een troost!
We moesten al eerder afscheid van Theo nemen omdat zijn gedachten al vervlogen waren, maar dat definitieve afscheid komt toch harder aan!
Vijftig jaar, meer dan een half mensenleven! We hebben veel lol gehad, maar ook heel serieuze gesprekken gevoerd! Theo was met iedereen begaan. Ooit noemde iemand hem ‘de jeugdouderling’ en dat was hij van jongs af aan: vader en vriend tegelijk. Als ik aan hem denk zie ik hem Goddank uit de tijd dat hij nog Theo was.
“Ik sla mijn ogen op naar de bergen.” Ik heb over het graf heen gekeken. Nee, niet naar de bergen, die heb je niet in de Krimpenerwaard. Ik richtte mijn blik op onze hemelse Vader, Die erbij was. Weet je wat ik het mooie vind van het moment stilte bij het graf? De vogels zingen gewoon door en zo is het: de wereld draait gewoon door, God gaat gewoon door, want Hij laat nooit los wat zijn hand begon!
“Ik sla mijn ogen op naar de bergen…” We gingen ooit met ons dertig jaar oude campertje de Alpe d’ Huez op. Als je daar aan komt rijden, hef je onwillekeurig je ogen op naar die berg en dan is het even slikken: veertien kilometer steil omhoog, 21 haarspeldbochten. Ik ontdekte dus een andere invalshoek van Psalm 121: je kunt ook tegen die berg opzien, omdat je er tegenaan moet en bang bent dat je het niet gaat redden. Je zult je man, vader of broer maar moeten begraven, je zult maar weten dat jou dezelfde weg boven het hoofd hangt…
Als je tegen jouw berg opziet, hef dan je ogen op naar die kolossale bergen, die onze machtige God geschapen heeft. Daarbij zijn wij mensen zo nietig. Toch zijn wij de kroon op Zijn Schepping. God heeft jou bij je naam geroepen, Hij houdt ook jou in ’t oog! Die belofte hebben we! Als je daarvan overtuigd bent, is die steile berg eigenlijk wat minder belangrijk.
In de Bijbeltekst van ons kalendertje zien we Gods belofte. Ik dacht aan Vera Linn, met haar bekende ‘oorlogskraker’, vrij vertaald: “Ik weet niet waar, ik weet niet wanneer, maar we zien elkaar terug op een zonnige dag.” Ook Theo.
Twijfel je nog? We zongen een lied over Psalm 139, lees die eens na: “HEERE, U doorgrondt en kent mij. Ú kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten…”
Tot slot voor jou, een toch wel jonge weduwe
en voor jou, als je weet dat…
een stukje Psalm 91:
De Heer zal over jouw bestaan
Zijn sterke vleugels breiden.
Hij is, in trouw jou toegedaan,
Jouw schild en pantser beide.