Goede Vrijdag…
Prediker 12 vers 1: “Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd, voordat de kwade dagen komen…”
Het is nu vrijdagavond, Goede Vrijdag. Vanavond geen kerk, vanavond geen Heilig Avondmaal. Ik voel me bedrukt, bijna schuldig. Waarom moeten we eerst iets missen voordat we ten volle beseffen hoe waardevol het is? Voor mij is Goede Vrijdag de mooiste ‘christelijke feestdag’. Het is natuurlijk helemaal geen feestdag, maar zo staat het in agenda’s, weten zij veel. Ik heb de laatste weken al een paar keer de kerkklokken horen luiden vanwege het coronavirus. Dat had men vanavond ook moeten organiseren als teken van wat we nu gedenken: het belangrijkste feit van het Evangelie!
De tekst hierboven gaat over iets anders. We hebben nu kwade dagen en ‘we’ moet ik wel even uitleggen: ‘we’ zijn mensen die zich zorgen maken zoals ik, ‘we’ zijn ernstig zieken die vechten voor hun leven in hun Gethsémané en ‘we’ zijn familieleden die niets kunnen doen. Alleen maar hopen en bidden en afwachten, op afstand, dat moet vreselijk zijn! ‘We’ zijn ook de eenzamen die niemand op bezoek krijgen. Ik denk nu ook aan Jezus in Gethsémané: “En Hij kwam in zware zielenstrijd en Hij bad des te vuriger.” Jezus hoort niet bij ‘we’ want Zijn lijden was van een geheel andere dimensie.
Wat hoor ik nu? De klok van de grote kerk gaat luiden, kwart over zeven, precies op tijd voor de Avondmaalsdienst. De klok roept. Ik ben even naar het balkon gelopen om te luisteren. Ik dacht aan de vakanties met ons campertje, toen konden we niet naar de kerk vanwege de hond, hij had niet geleerd om alleen in de camper te blijven. Dan hoorde je ook weleens een kerkklok en deed de nodigende roep me zeer, voelde ik me schuldig. Ooit wandelden we op zondagochtend ergens met de hond en kwamen bij een schattig oud kerkje terecht. Juist toen we ervoor stonden, barstten de kerkdeuren open en kwamen er drommen kerkgangers naar buiten. Ik zag ze naar ons kijken. Ik had wel uit willen schreeuwen: "Wij gaan elke zondag naar de kerk hoor, maar nu even niet, omdat het niet kan!"
Nu noodt de kerkklok weer. Of een jammerklacht, zoals van Jezus aan het kruis? We mogen niet. We kunnen niet. En dat doet zeer.
Ik had eigenlijk moeten beginnen met het eerste deel van de tekst: “Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd…” Als alles van een leien dakje gaat, is geloven niet zo moeilijk. Maar juist dan moeten we wél in ons geloof investeren, want als het ooit eens menens wordt, slaat ongeloof vaak toe, terwijl we het juist dan hard nodig hebben.
De kerkklok stopt en slingert nog wat na. Ik hoor zo nu en dan nog een bim of een bam, met steeds langere tussenpozen en steeds zwakker, alsof Jezus denkt: “Ach laat maar, jullie komen toch niet.” Ik wil het wel uitschreeuwen: “Wij gaan elke zondag naar de kerk hoor, maar nu even niet, omdat het niet kan!”
Goede God: waarom moeten we tegenslag hebben om te ontdekken dat ons geloof zo zwak is. Waarom moeten we U soms missen om te leren dat wij U niet kúnnen missen.
Goede God: mogen we volgend jaar weer Goede Vrijdag vieren in Uw huis.
Mag ik dan bedenken hoe erg het is: Goede Vrijdag zonder U, en Goede Vrijdag zonder jou.
Dan is deze Goede Vrijdag niet voor niets:
deze Goede Vrijdag tóch met U.