Geest-drift

Waarom…

 

   Psalm 22 vers 2 en 3: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten,

      bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?

   Mijn God, ik roep overdag, maar U antwoordt niet,

      en 's nachts, maar ik vind geen stilte.”

Mijn Parkinson valt nog wel mee: mijn rechterarm is wat bibberig en het lijkt of ik een klein beetje mank loop. Verder is er nog niets aan de hand, dacht ik.
Gisteren heb ik bij de fysiotherapeut een aantal oefeningen gedaan, en dat was héél confronterend! Annabel, een schat van een vrouw hoor,  liet me precies al mijn zere plekken zien waar ik nog geen weet van had: oefeningen die nét iets anders zijn dan de bewegingen die je normaal maakt. En dan ook nog wat afleiding erbij, bijvoorbeeld plaatsen noemen met de beginletters van het alfabet: Alblasserdam, Berkel, Capelle, Dordt. Dan ga je genadeloos onderuit: die simpele handelingen kán ik niet goed! Nu snap ik al dat ik in de toekomst niet meer kan lopen en praten tegelijk…
Voordat ik aan de beurt was, kwam er een vrouw van in de tachtig met Parkinson naar buiten: zij strompelt voetje voor voetje achter een rollator… voor hoelang nog…
Ik heb al het een en ander meegemaakt, dacht ik. Ik schreef ooit over mijn psychische toestanden: “Als ik anderen soms hoor, dan denk ik: jij moet nog veel leren en dan voel ik me rijk.” Stoer, hè? Nu ben ik dus weer een groentje met iets héél anders!
Ik dacht aan woorden uit mijn belangrijkste gedicht: “Mijn God, ik smeek U: nooit weer? Het was toch wel genoeg?” Nee, het was dus nog niet genoeg, er komt nog méér! Hoeveel?
Mijn God, leer mij aanvaarden: slikken of stikken. Leer mij vertrouwen!
Ik las knarsetandend in Psalm 86 vers 11: “Leer mij, HEERE, Uw weg,
ik zal in Uw waarheid wandelen, maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen.” En vers 12: “Heere, mijn God, ik zal U loven met heel mijn hart, ik zal Uw Naam voor eeuwig eren.”
Die woorden… dat ís nogal wat! Gaat mij dat ooit lukken? Nu in elk geval niet!
Toen Jezus de eerste woorden van Psalm 22 uitgesproken had, gaf Hij de Geest.
Ik ben een Zeeuw in hart en nieren. In het wapen staat: “Ik worstel”… en kom boven?
Ik lees maar even verder in die Psalm:
“Maar U bent heilig, U troont op de lofzangen van Israël. Op U hebben onze vaderen vertrouwd, zij hebben vertrouwd en U hebt hen bevrijd. Tot U hebben zij geroepen en zij zijn gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.”
Ik? Ooit?
Ik schrijf niet alleen voor jou, maar ook voor mezelf. Ik schreef in mijn boek ‘Het kielzog van mijn Vader’ het volgende:
“Nu ik het over Psalm 23 heb: als je een spannend boek leest, is het erg flauw om vooraf de laatste bladzijde te lezen: dan weet je meteen wie het gedaan heeft en is de spanning eraf. Soms is ons leven zó spannend, dat we het beter maar wél kunnen doen: de laatste bladzijde van ons eigen spannende boek lezen, in dit geval de laatste woorden van diezelfde Psalm 23:
“Ik zal in het huis van de Heere verblijven tot in lengte van dagen.” Dan weet je meteen Wie het gedaan heeft en is de spanning eraf. Dan begrijp je hoe David ertoe kwam:
De Heere is mijn Herder,
mij ontbreekt… niets.”
Prachtig hoor!
Nou ik nog…