Geest-drift

Kleinkind…

 

Deuteronomium 6 vers 4-9: “ Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!

Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht. Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn.

U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat. U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.”

Ons kleinste kleinkind, Luuk van zeven, zat er op vrijdagmiddag behoorlijk doorheen en hij sprak de gedenkwaardige woorden: “Ik denk dat ik maar niet meer naar school ga, ik weet nu alles wel.” Ze móeten tegenwoordig ook zo veel, zeven jaar: vijf hele dagen naar school, twee keer in de week naar voetbaltraining en elke zaterdag een voetbalwedstrijd. Dan nog regelmatig een kinderfeestje: ook spannend.
Toen ik zo oud was moest ik een ochtendje onder leiding van mijn moeder ‘leren’ en ‘s middags kon ik me met het varen bemoeien of spelen. Zo nu en dan ging ik een paar dagen naar het zogenaamde ‘ligplaatsonderwijs’. Ik was blij als ik na een halve week of zo mijn vader zag verschijnen omdat hij ‘aan de reis was’, want het waren voor mij best taaie dagen.
Ik heb ons kleinkind na zijn hartverscheurende ontboezeming maar niet verteld dat mijn moeder, zijn overgrootmoeder, tot ver in de tachtig volhield: “Een mens is nooit te oud om te leren.” Ik was bang dat hij die wijsheid op dat moment niet aankon. We moeten ook niet altíjd strak opvoeden en evangeliseren. Soms moet je met tact de teugels wat laten vieren. Als je overdrijft, dan gaat het juist tégenwerken. Denk maar eens aan Jehova’s getuigen, die vroeger hun voet tussen de deur zetten… dat wíllen we toch niet?
Over evangeliseren gesproken: we hebben natuurlijk wel de dure plicht om onze (klein)kinderen onze geloofsovertuiging over te brengen, dat is van levensbelang!
Dus tóch je voet tussen de deur? Nee! Je moet er niet alleen over praten, je moet het ook vóórleven, dat mag altijd, zie de Bijbeltekst hierboven, daar staat kortweg: ‘bij alles wat je doet!’ Laat ze merken dat je gelooft, dat je er naar leeft, dat het je raakt en dat het je héle leven beïnvloedt, omdat het van levensbelang is. Je moet zorgen dat ze het van je wéten.
Toen onze kinderen ouder werden zei ik weleens: opvoeden gáát nu niet meer, ze wéten hoe wij erover denken, de rest moeten we aan hen overlaten en in Góds hand leggen, dus: bidden!
Ik vond precies wat ik wilde zeggen in Psalm 71 vers 17 en 18 en het lijkt me een goed idee om dit nu maar te bidden:
“O God, U hebt mij onderwezen vanaf mijn jeugd
en tot nu toe verkondig ik Uw wonderen.
Ja, ook nu de ouderdom en grijsheid gekomen is –
verlaat mij niet, o God,
totdat ik deze generatie Uw sterke arm verkondigd heb,
alle nakomelingen Uw macht.”
Die Bijbeltekst bovenaan hè? Als ik er niet meer ben en bij onze kleinkinderen ‘de ouderdom en grijsheid gekomen is‘, zullen ze het dan nóg weten?
Vanochtend zongen we het antwoord, de garantie van God:
’t Verbond met Abraham Zijn vrind
bevestigt Hij van kind tot kind!
Duidelijk toch? Bid en dank daar ook voor!