Zalig…
Mattheüs 5 vers 3: “Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.” En vers 8: “Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.”
Het zal dik vijftig jaar geleden zijn dat ik in de Hoflaankerk in Rotterdam-Kralingen een kerkdienst mocht beleven waarin een stuk of twaalf mensen met een verstandelijke beperking belijdenis van hun geloof aflegden. Er was een tehuis voor die mensen daar vlakbij, vandaar. Het waren trouwe kerkgangers en ze mochten altijd met de collecte helpen. Onze wijkpredikant noemt deze mensen ‘anders begaafden’, een treffende uitdrukking, want er zijn ook eigenschappen waarin ze juist veel beter zijn dan wij!
Ze mochten hun geloof belijden door het beantwoorden van de vraag: “Hou jij van de Heere Jezus?” Ik heb nooit iemand met zó veel overtuiging en enthousiasme “Ja” horen en zien zeggen dan deze prachtige mensen! Het geloof spatte eraf!
Wat is hun geheim? Dat moet je ze niet vragen, ze hebben geen flauw benul, want ‘ze dóen het ‘gewoon’, het ís gewoon zo!’ Ik hou van de Heere Jezus en de Heere Jezus houdt van mij. Nou dan… simpel, toch?
Hun enthousiasme lees ik in Psalm 150 vers 2. Hoe kwam ik daar nou op?
Onze zoon Erik, die we vier jaar niet meer gezien hebben, speelde het op het orgel van de Bethlehemkerk in Papendrecht tijdens het ‘Vriendenconcert voor André de Jager’, toen deze ernstig ziek was en intussen overleden is. Erik had 26 jaar orgelles van hem. Dat concert staat nog steeds op internet en ik móet er zo nu en dan naar luisteren, dan hoor ik mijn kind weer even zoals ik hem zó graag hoor, en zó node mis! Als je het wil horen: op internet: ‘Vriendenconcert André de Jager’ vanaf 7.55 minuten: zó gaaf, zó spetterend, zó veel emotie:
“Hef, bazuin, Uw gouden stem, harp en fluit, verheerlijkt Hem!
Citer, cimbel, tamboerijn, laat uw maat de maatslag zijn
van Gods ongemeten wezen, opdat zinge al wat leeft,
juiche al wat adem heeft tot Gods eer. Hij zij geprezen.”
Hoe kwam ik op Erik? De organist speelde voor de dienst ”Laat me in U blijven groeien, bloeien.” Het éérste lied waarmee hij de gemeente begeleidde toen hij een jaar of twaalf was. Dat was een spannend moment: ging het goed? Ja, het ging goed! Ik voel nog steeds de spanning en het kippenvel als ik die melodie hoor!
Ik denk aan die ‘open orgelzaterdag’ in Numansdorp, een paar jaar later. Erik liet het laatste fluitje wegsterven van een improvisatie op “Laat me in U blijven groeien, bloeien”.
Er klonk applaus op uit de kerk en ik was trots, maar ook dankbaar.
Nu hebben we hem al vier jaar niet gezien, niet gehoord.
Waarom?
‘Ze dóen het gewoon, het ís gewoon zo.’
Soms verlang ik naar die ‘armen van geest’.
Herman Finkers zei ooit: “Wij zijn gehandicapt door ons verstand!”
‘Ze hebben geen flauw benul, want ze dóen het ‘gewoon’, het ís gewoon zo!’
Ik had mijn preek al gehad voordat de dominee de kansel beklom.
Prachtig, die mensen: recht voor z’n raap:
ik hóu van jou,
nou, dan…
simpel toch?
Nee dus…