Geest-drift

Slaap nu maar…

Mattheüs 26 vers 39: “En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”
Er was iemand zo meelevend om te vertellen dat hij een Parkinsonpatiënt gekend had, die alleen nog in bed lag en constant met zijn armen en benen schudde. Kijk, dat is niet echt wat je noemt: ‘iemand een hart onder de riem steken’.
We gaan bewust níet op internet zoeken wat je allemaal van Parkinson kan krijgen. Meestal lukt het mij Mattheüs 6 vers 34 in ere te houden: “Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” Ik ben van nature, mijn neiging tot depressie even daargelaten, optimistisch van karakter. Dat is geen verdienste, God heeft het me gegeven!
Maar soms vliegt het me weleens aan: wat gaan we allemaal meemaken, hoe zwaar ga ik lijden? Bijvoorbeeld als ik wakker word na een nare droom. Of als er iemand vertelt dat…
Je bent er natuurlijk toch wel vaak mee bezig: hoe gaat het wandelen, hoe gaat het fietsen: altijd aftasten, je grenzen in de gaten houden. Vanochtend moest ik een nieuwe jampot openmaken: heb ik nog genoeg kracht in mijn hand, lukt het me nog?
Jezus was God, maar ook mens. Ook Hij zal Zich in Gethsémané afgevraagd hebben: kán ik het wel, die vólle drinkbeker, tot op de bodem leegdrinken?
Ik heb al heel veel geworsteld met psychische klachten, nu dit weer. We vragen ons allemaal weleens af: word ik zwaarder gestraft, heb ik meer gezondigd dan een ander? Heb ik zo veel leed verdiend?
In het Bijbelboek Job lees je dat Job niet direct voor zijn eigen zonden gestraft werd en niet slechter was dan anderen. Sterker nog: hij stond bij God in een goed blaadje! Zijn zogenaamde vrienden dachten daar anders over: “Jij zal het er wel naar gemaakt hebben!” Mag ik even wat rechtzetten? God maakt er geen handeltje van: “Jij hebt zó veel gezondigd, dus jij krijgt zó veel straf.” Maak jezelf niets wijs: wij kunnen onze eigen zonde nooit afbetalen! Dat kon Jezus alleen! Wij zijn al in Genesis drie gestraft voor ‘de zonde’ in het algemeen! Wij hebben het samen over ons afgeroepen: alle leed dat ons nu overkomt!
Ik schreef: ‘waarom word ík zo zwaar gestraft…” Kan ik míjn straf meten ten opzichte van mijn naasten? Kan ík inschatten hoeveel een ander lijdt? Oei, oei, kijk uit met je oordeel! Alleen Gód weet wat ieder van ons mee moet maken! Terwijl ik dit schrijf, verneem ik een écht ontstellend bericht, en nu denk ik: waar zeur ík eigenlijk over? Dit is écht iets vreselijks! Een meisje van achttien bij ons in de kerk… mijn God, sta die mensen bij…
Over lijden gesproken… ik had het al over het lijden en sterven van Jezus. ’Gethsémané’ dat vind ik zó indrukwekkend! In Lukas 22 vers 43 lees ik: “En aan Hem verscheen een engel uit de hemel, die Hem versterkte. En Hij kwam in zware zielenstrijd en bad des te vuriger. En Zijn zweet werd als grote druppels bloed…” Werd Jezus versterkt om het niet té moeilijk te krijgen? Nee, daardoor kon Hij nóg meer lijden! Voor jóuw en voor míj!
Moet jij erg lijden? Breng het bij Jezus.
Hij begrijpt het, want Hij leed nog veel erger!
Mattheüs 26 vers 45: “Toen kwam Hij bij Zijn discipelen en zei tegen hen:
Slaap nu maar verder en rust…”
Want Hij heeft betaald, voor jou en voor mij!