Geest-drift

Toeval…

Filippenzen 4 vers 6 en 7: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.”

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik heb de ziekte van Parkinson.
Voor ons was de mededeling niet schokkend: ik had al een tijdje wat vage klachten: een onwillige bibberige rechterarm en -hand, een iets onwillig been en soms, met moeilijke woorden, een iets te trage mond, maar geen van alle ernstig. Het meeste last heb ik met de computermuis: als ik iets aan wil klikken schaats ik er eerst een paar keer voorbij en wordt het een beetje mikken. Je denkt eerst: is dit wel goed? Na een poosje twijfel denk je: dit is niet goed. Dan ga je googelen op je klachten en kom je op ‘Parkinson’ uit. Dan weet je het eigenlijk al zeker. De huisarts en een neuroloog maakten het definitief en officieel, de diagnose: ik heb de ziekte van Parkinson. Dit nieuws en de gevoelens erbij kon ik geen weken voor me houden, dus die beloofde cliffhanger is nu al opgeheven!
Vanwaar deze extra editie? Ik denk aan een bekende uitspraak van een voetballer met dezelfde initialen als onze Heiland: “Elk nadeel heb z’n voordeel.” Misschien kan ik mijn nadeel met Gods hulp ombuigen, niet alleen tot jouw- maar ook tot míjn voordeel! Hoe vaak heb ik het al uit mijn belangrijkste gedicht geciteerd: “De Landman snoeit, met pijn, de rank draagt dan meer vrucht.” Hier komt al zo’n vrucht aan!
Er zijn momenteel 270 wachtdagen voor een neuroloog. Op onnavolgbare wijze, zeg maar: door puur Toeval zaten we twee dagen later tegenover een neuroloog! Ik schrijf ‘Toeval’ met een hoofdletter, want dat is een schuilnaam van God, Die stiekem op deze aardbol rondgaat en het een en ander voor ons regelt!
Ik ben er eigenlijk wel rustig onder. Weet je: ik heb natuurlijk die nare neiging tot depressie, maar van karakter ben ik eigenlijk positief. Ik ben oorspronkelijk toch de onverstoorbare: “We zien wel hoe het komt, geen zorgen om de dag van morgen.”
Als ik dit nalees, schrik ik een beetje en denk ik: het staat er wel erg stoer, maar toch…
Ik hoor en zie in gedachten wijlen dominee Kleermaker met priemende vinger: “Maar tóch…”
Ik denk ineens aan één van mijn eerste schooldagen, in ‘de school voor ligplaatsonderwijs’ in Maasbracht. Daar leerde ik mijn eerste ‘versje’ uit mijn hoofd, en dat gaat er nooit meer uit! Een halve eeuw later speelde Erik de avond voor mijn rugoperatie hetzelfde gezang, speciaal voor mij op het prachtige orgel in de Havenkerk in Alblasserdam:
“Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand,
moedig sla ik dus de ogen, naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen, Vader wat Gij doet is goed.
Leer mij slechts het heden dragen, met een rustig, kalme moed.”
Het is inmiddels  ‘morgenochtend’. Ik had vannacht een enge droom. Ik werd wakker en het viel mij ineens aan: wát heb ik geschreven, ik lijk wel gek, zó overmoedig, ik ga dat verhaal gauw weggooien!
Ja, precies: die neiging tot depressie, met angststoornis! Die ligt altijd op de loer!
Nu is het wel weer gezakt en hoor ik tóch weerdominee Kleermaker: “Maar tóch…”
“de vrede van God, die alle begrip te boven gaat…”
Juist ja: dat is Toeval!
Ik bid het jou ook toe…