Zekerheid…
1 Johannes 4 vers 15-18: “Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.
En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem.
Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld.
Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.”
Een lastig Bijbelstukje van de apostel Johannes; lees dit nóg maar een keer!
We hadden een vluchtige ontmoeting met iemand van een reformatorische kerk. We gingen wel meteen het diepe in: we kwamen tot de conclusie dat we eens zullen sterven. Sophie flapte er meteen uit dat we geborgen mogen zijn in de Heere. De man sprak: “Dat zullen we dan maar hopen…” Ik schrok ervan!
Ik zou eronder gebukt gaan, angst hebben voor de toekomst! Of went het als je lang genoeg denkt datje misschien niet… ik durf het niet eens te zeggen!
Toch komt dat maar zat voor. Mijn moeder was ‘zwaar’ opgevoed. Haar vader worstelde zichtbaar met zijn geloof en als kind dacht ze: als mijn vader bekeerd is, dan wil ík niet bekeerd worden… Als kind droeg ze zwarte gebreide kousen, dat moest voor opa. Vroeger hadden ze het over ‘de zwartekousenkerk’. Die uitdrukking is nu wel grotendeels verdwenen.
Mijn moeder heeft lang getwijfeld of ze wel aan het Avondmaal mocht. Uiteindelijk heeft ze het gewaagd en het was goed. Het heeft zelfs jaren geduurd voordat ze zonder hoed naar de kerk durfde gaan. Alsof onze liefdevolle God zou zeggen: “Jij hebt niets op je hoofd, jij gaat naar de hel!” Lees maar na in Johannes 3 vers 17: “ Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.” God laat ons niet door zoiets onbenulligs verloren gaan!
Toen ze een jaar of achttien was ging ze als dienstmeisje in een Amsterdams gezin werken. Ze kocht toen ‘vleeskleurige nylons’ en liet haar haar knippen, ook een ‘doodzonde’. Ze was behoorlijk zenuwachtig toen ze haar vader voor het eerst onder ogen moest komen, maar opa heeft er nooit iets over gezegd.
Ma is uiteindelijk goed ‘heengegaan’. Op haar sterfbed heb ik met haar gebeden. Ik vond het wel spannend, maar ik dacht: ik heb in het pastoraat zó vaak met anderen gebeden, dan móet ik het toch ook met mijn bloedeigen moeder kunnen? Ik bad of God haar genadig wilde zijn en of Jezus haar de hand wilde toesteken om die moeilijke stap naar de eeuwigheid te maken. Na mijn amen zei ze: “Dat was fijn.” Die woorden staan in mijn hart gegrift tot mijn laatste ademtocht. Op zo’n moment wéét je dat het waar is, dat er genade is, want God was erbij!
Nóg steeds twijfel? Een paar jaar geleden noteerde ik van onze wijkpredikant de volgende quote: “Is mijn geloof wel goed genoeg? Nee! Maar Zijn genade wel!”
Vanmiddag lazen we volgens ons Bijbels dagboek Psalm 34 vers 9:
“Proef en zie dat de HEERE goed is;
welzalig de man die tot Hem de toevlucht neemt.”
Dus: een volmondig AMEN!