Geloof…
Lukas 5 vers 20: “En toen Hij hun geloof zag…”
Hebreeën 11 vers 8: “Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou.”
Ik was veel te vroeg voor de afspraak met mijn psychologe, maar dat was niet voor niets: er hing een mooi schilderij in de wachtkamer. Eerst begreep ik niet waar het over ging: ik zag vier mannen die iemand op een brancard droegen onderaan een trap en diverse omstanders. Ineens viel het kwartje: het ging om een bekend verhaal: de mannen gingen het dak op om hun verlamde vriend door het dak voor de voeten van Jezus te laten zakken. De zieke kijkt vermoeid en afwezig, zijn vrienden klauteren echter met hoopvolle gezichten die trap op. Ik had de tijd om alle omstanders te bekijken. Eén man wist er blijkbaar van: hij wees met zijn duim over zijn schouder en vertelde duidelijk heel gewichtig: “Kijk, zij gaan…”. Een ander groepje keek met spottende gezichten toe, ze smiespelden misschien: “Zouden ze nou echt geloven dat…”. Ik heb het zelf eens meegemaakt: twee collega’s liepen achter me en ik hoorde ze smalend: “Hij werkt niet op zondag, dat mag niet van zijn geloof, hij gaat naar de kerk…”. Een ander groepje wierp kritische blikken, misschien Farizeeën en Schriftgeleerden? Eén man was nieuwsgierig, je ziet hem met belangstelling kijken, hij ging er vast achteraan om te zien wat die Jezus ging doen!
En als wij er nu eens bij gestaan hadden? Wat voor gezichten hadden wíj getrokken? Wat zouden we ervan gevonden hebben? Ongeloof? Dat gebeurt vast niet… Een afkeurende blik? Dat mag zomaar niet… Of brandende nieuwsgierigheid?
Of voelen wij jaloezie? Dat kan ook nog, er staat: “Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij: uw zonden zijn u vergeven.” Mijn vraag is: hebben wij zo’n groot geloof? Zouden wij onze zieke vriend naar boven sjouwen? Of lieten wij onszelf brengen? Of zouden we zeggen: “Och, laat maar, dat wordt toch niks, ik hou niet van die poespas, en mag dat wel…” Ik heb dat vers uit de Hebreeënbrief er niet voor niets boven gezet. Als ik dit lees voel ik me kleiner worden: Abraham ging uit geloof en hij wist niet eens waarnaartoe! Grote beslissingen heb ik altijd wel gemakkelijk genomen. Juist voor kleine dagelijkse beslommeringen aarzel ik vaak, want… onzekerheid! Heb ik het wel goed begrepen? Kan ik dit wel? Als ik bid voel ik soms ongeloof en twijfel! Hoort en verhoort God mij wel?
Nu de wondermooie en geniale reactie van Jezus, na de kritische blikken en geroezemoes van de Farizeeën en Schriftgeleerden: “Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en ga lopen?” Jezus maakte zijn belofte waar en de man stónd op en líep weg en verheerlijkte God! “En ontsteltenis greep hen allen aan…” Jezus maakt Zijn beloften altijd waar, ook voor ons. Misschien zijn wij net zo vermoeid en afwezig als die zieke. Soms kún je niet geloven, soms wíl je het niet eens! Jezus begrijpt het, Jezus vergééft het en Jezus genéést ons uiteindelijk omdat Hij het voor ons verdiend heeft!
In Johannes 20 vers 29 staat: “Jezus zei tegen hem: Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.”
“En Thomas antwoordde en zei tegen Hem: Mijn Heere en mijn God!”
Maar als zelfs die ongelovige Thomas…
Dan zal ik toch ook…
Mijn Heere en mijn God!