Roepnaam…
Jesaja 43 vers 1b-3: “Ik heb u bij uw naam geroepen, u bent van Mij. Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, door rivieren, zij zullen u niet overspoelen. Wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden, geen vlam zal u aansteken. Want Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige van Israël, uw Heiland.”
Ik schreef laatst over een koekoeksjong dat in zijn eentje naar Afrika vliegt, terwijl hij niet eens de weg weet. Dat noemen ze instinct, maar dat beestje doet wat God hem ingeeft. Zoekt hij onbewust ook zijn roots, zijn afkomst, omdat het in zijn genen zit? Wij mensen doen dat ook: geadopteerde kinderen gaan later vaak op zoek naar hun roots, hun oorsprong, hun voorgeslacht: ze missen iets essentieels en daar willen ze graag achter komen: wie ben ik, waar kom ik vandaan, wie en hoe waren mijn (voor)ouders?
Ik voel me best wel verwant aan míjn roots: mijn Zeeuwse- én mijn schippersafkomst. Het heeft mij gevormd, het is een stukje van mezelf: de bloedband met mijn voorgeslacht in mijn omgeving met mijn cultuur, mijn genen, mijn oerknal. Vanaf mijn vader zijn er op zijn minst achtereenvolgens zes generaties schippers, dat doet wat met me, het gaat misschien wel in je genen zitten. Ik praat weinig Zeeuws meer, alleen nog met mijn zussen. Toch zal ik het nooit verleren, het is mijn moerstaal, waarin ik heb leren praten.
Weet je wat ook bij mijn roots, mijn oorsprong, mijn oerknal hoort?
God! Hij is al vanaf mijn eerste herinnering in mijn leven, Híj begon al met de doop, wat zeg ik? Bij de bevruchting van een eicel door een zaadcel, of nee, niet zomaar een willekeurige eicel en een zaadcel die elkaar toevallig tegenkwamen, maar juist díe twee specifieke bouwsteentjes, met míjn kleur ogen, míjn unieke vingerafdruk, míjn karakter, met míjn ziel, díe wilde God: dát is Aad: ”Jij bent ván Mij, jij bent dóór Mij.”
Die eicel en die zaadcel… waarom kwamen mijn ouders eigenlijk bij elkaar? Vast niet om haar 1,53 meter lengte en haar amper 50 kilo. Vast niet om zijn vroeg kale hoofd en zijn gesloten karakter. Wat ís eigenlijk verliefdheid? Een onweerstaanbare aantrekkingskracht, buiten alle verstand om: ze werden door God naar elkaar toegedreven… instinct? Dát hoort ook bij mijn oorsprong. Alleen door de gemeenschap van díe twee mensen kon ík geboren worden en zo kan ik nog een poosje doorgaan, tot… Adam en Eva? Had God mij tóen al op het oog? Zo zijn wij allen een belangrijk radertje in Gods grote plan met ons allen persoonlijk: de mensheid, van generatie op generatie. Als er één zou ontbreken, liep het héle raderwerk vast. Jij en ik kunnen daarin niet gemist worden! Zo mogen we allemaal meewerken aan Gods plan!
Er stond geen roepnaam op mijn geboortekaartje. Ik zou Adri heten, maar mijn moeder vond dat eigenlijk niet zo mooi. Toen ik een paar dagen oud was wist ze het ineens, misschien hoorde ze het op de radio: “We noemen hem Aad!” En een paar dagen later waren ze eraan gewend en héétte ik geen Aad, maar wás ik Aad. Dat ben ik nog, en dat blijf ik eeuwig: het is mijn roepnaam… God wist het al: dit is Aad: “Ik heb u bij uw naam geroepen, jij bent van Mij.”
Ik dacht aan het votum dat we altijd aan het begin van de kerkdienst horen, altijd zoiets als:
“Onze hulp is in de naam van de Heere, Die hemel en aarde gemaakt heeft. Die Zijn trouw bewaart van geslacht tot geslacht, Die het werk van Zijn handen nooit loslaat.”
Het getuigt van vertrouwen op Gods bescherming en trouw.
Ook míjn geloofsbelijdenis:
Ik ben Aad en God houdt van mij!