Hoogmoed…
Psalm 51 vers 3-5: “Wees mij genadig, o God, overeenkomstig Uw goedertierenheid,
delg mijn overtreding uit overeenkomstig Uw grote barmhartigheid.
Was mij schoon van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde.
Want ík ken mijn overtredingen, mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen.”
David had zogezegd naast de pot gepiest: hij had een slippertje met Bathseba gemaakt en vervolgens, om gezeur te voorkomen, haar man laten vermoorden. Hij wíst dat hij goed fout zat! In Psalm 51 lees je dat. Lees die hele Psalm maar eens na. David heeft berouw na de waarschuwing van de profeet Nathan en wéét dat er alleen door vergeving nog redding mogelijk is. Kortom: hij bekeerde zich en beleed zijn zonden.
Sommige mensen zeggen: “Ik ben bekeerd.” Oei, oei, hoe fout!
Ik dacht aan een tandartsbezoek. Er was een nieuwe tandartsassistente: een meisje van amper twintig en ze kletste te veel. Ze sprak heel gewichtig: “Ik ben een alleenstaande moeder met twéé kinderen.” Ze kon enige trots niet onderdrukken en ik begreep: zij had een bepaalde status verworven waar ik niet lichtzinnig over moest denken! Dit is een heel andere categorie, maar wel dezelfde hoogmoed als bij die ‘bekeerden’. ‘Bekeerd zijn’ is beslist géén bepaalde status of mijlpaal. Ons bekeren, onze misstappen belijden en om vergeving vragen, moeten we steeds weer! We gaan tóch steeds opnieuw de fout in! Je kan wel een radicale bekering meemaken, denk aan Paulus, maar bekeerd zíjn is géén eindstation!
Het gebeurt ook dat ‘men’ daarover beslist: “Hij of zij is wél of níet bekeerd.” Ik had zo’n vijfenzestig jaar geleden een neef die maar zeventien jaar mocht worden. Er waren mensen die met een stalen gezicht beweerden: “Hij gaat verloren, want zo’n jongen kan nog niet bekeerd zijn.” De Farizeeërs! Jezus veegde en veegt de vloer met hen aan! Lees maar eens in Lukas 18 vers 11-14. Moeten we dan altijd gebukt gaan onder onze zonden? Nee, het antwoord kun je hier dus in het genoemde Bijbeldeel lezen: we mogen na bekering dus ‘gerechtvaardigd terug naar ons huis.’ (Lucas 18 vers14)
Nu komt de andere kant van het verhaal. In Prediker 9 vers 7 en 8 staat: “Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart, want God schept al behagen in uw werken. Laat uw kleding te allen tijde wit zijn en laat op uw hoofd geen olie ontbreken.”
Ik schreef laatst: ‘Ik ga niet in een oude spijkerbroek naar de kerk, de mensen mogen zíen dat ik naar de kerk ga. Maar ik ga ook niet in een donkerzwart pak met een donkerzwart gezicht.’ Even een voorbeeld hoe ik tot dat inzicht kwam:
Ooit stond mij een pittige rugoperatie te wachten. Een man die twee keer per zondag in een zwart pak naar de kerk gaat, zei: “We zullen het beste er maar van hopen.” Ik kwam toevallig ook een vrouw tegen die vast wel eens in een spijkerbroek naar de kerk gaat. Zij vroeg: “Wanneer word je geopereerd? Dan ga ik voor je bidden!” zie je het verschil? Dat bedoel ik!
We mogen van de goede dingen in het leven genieten. Dat mogen we doen in dankbaarheid voor de zegeningen die God ons geeft, inclusief vergeving van zonden die we belijden. Dat moeten we ook uitstralen!
Tenslotte die andere kant, na de schuldbelijdenis én de vergeving Psalm 51 vers 14:
“Geef mij de vreugde over Uw heil terug, ondersteun mij met een geest van vrijmoedigheid.”
David wás niet bekeerd, maar hád zich bekeerd!
En morgen… dan zal het wéér nodig zijn!
En… niet te geloven… God blíjft vergeven, áls we…