God is goed…
Johannes 11 vers 25 en 26; “Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?”
Door het verhaal over mijn moeder dacht ik aan Ome Wim. Hij was een eenvoudige man met een eenvoudig en oprecht geloof. Zijn stopwoord was: “God is goed.” Als hij die woorden uitsprak had hij zo’n vredige uitstraling dat je er jaloers van werd. Hij had het niet altijd even gemakkelijk, hij werd op het laatst van zijn leven weduwnaar. Hij is ver in de tachtig geworden. Een mooie leeftijd? Ik vind van wel.
Door nieuwe medische ontwikkelingen proberen we ons leven steeds verder op te rekken, maar worden we daar ook gelukkiger van? Mijn moeder werd negentig en zei op het laatst nogal eens: “Iedereen wil oud worden, maar oud zijn is niet altijd leuk.” Ik zou geen honderdtwintig jaar willen worden. Stel je voor: anno Domini 2073! Ik hoor de verhalen al: “In het bejaardentehuis zit een stokoud mannetje. Hij heeft nog een telefoon uit de vorige eeuw, eentje met druk-knop-jes! Daarmee kun je alléén telefoneren en dat doet hij niet eens graag. Hij heeft liever dat je op visite komt en in zijn kamertje met hem gaat zitten praten!”
Nee, ik ben bang dat ik op den langen duur wereldvreemd en eenzaam zou worden. En wat denk je van een loopbaan van pakweg negentig jaar? Zo lang houden we de technische ontwikkelingen nooit bij! Nee, wij hebben tenslotte een beter perspectief: het eeuwige leven! In de hemel is het goed, zonder overtreffende trap. Juist daarmee ging het in deze wereld mis: we zijn niet tevreden met goed, wij willen altijd beter!
Wat ís eigenlijk ‘eeuwig leven’? Het antwoord lijkt simpel: aan een eeuwig leven komt nooit een eind, maar dat kunnen we toch niet echt bevatten? We snappen niet eens wat ‘tijd’ is!
Een paar voorbeelden: het zal rond 1960 geweest zijn, ik was een jaar of zeven en bedacht: in het jaar 2000 word ik 47 jaar. Dat kon ik al uitrekenen, ook dat dit nog veertig jaar zou duren, maar ik had geen flauw benul wat het inhield. Nu, inmiddels zestig jaar later weet ik het eigenlijk nog niet. Een van onze kleinzoons werd over twintig nachtjes slapen vier jaar en hij kreeg maar niet op een rijtje hoelang dat was! Zijn moeder bracht uitkomst: ze maakte een poster met getallen van twintig tot en met nul erop: nu plakken ze elke ochtend een sticker op een getal: nog zoveel nachtjes slapen! Maar snapt hij het nu echt?
Het geeft een beetje weer hoe ongrijpbaar tijd eigenlijk is, we kunnen alles berekenen van seconden tot en met eeuwen, maar toch… Een oude man stond eens ongeduldig bij het gasstel op zijn horloge te kijken en sprak: “Als je een ei kookt kun je niet geloven dat je leven zo gauw voorbij is.” Die zeven minuten leken hem een eeuwigheid!
Ome Wim was hoogbejaard en lag in een verpleeghuis, al maanden gescheiden van zijn echtgenote, toen hij het droeve nieuws vernam dat zij in het ziekenhuis was overleden. Zijn reactie was: “Dan hoop ik dat de Heer mij ook maar gauw komt halen.” Na een paar weken wérd hij gehaald.
Goede God, wilt U mij halen, op Uw tijd, en mag ik dan bereid zijn.
We lazen zojuist: ”… Gelooft u dat?”
Ja, dat geloof ik.
Weet je wat er op de grafsteen van ome Wim staat?
“God is goed”