Geest-drift

Storm…
 

Lukas 8 vers 25: “Hij zei tegen hen: waar is uw geloof?
Psalm 8 vers 4 en 5: “Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers, de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt, wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt, en de mensenzoon, dat U naar hem omziet?”
Heb jij dat ook weleens of ligt dat aan mij? Soms denk ik: God bestaat niet, we maken elkaar maar wat wijs. Ja, een krasse uitspraak, dat besef ik, maar ik houd het nooit lang vol.  Ik bekende tegenover mijn psychologe bij ‘De Hoop’ dat God er toen voor mij in elk geval niet was. Nou is Joyce toevallig niet op haar mondje gevallen en ze kaatste meteen terug: “Hoe denk je dat jij je zou voelen als God nu echt niet bij je was?” Oei, oei, wat voelde ik me klein worden met mijn grote mond: een onbeduidend speldenknopje met héél veel kapsones! Ik wil meteen maar even aangeven dat je een gelovige hulpverlener moet zoeken als je psychische hulp nodig hebt. Dat is belangrijk, omdat je dit soort zaken nooit los van je geloof kan zien!
Ik heb op de Belgische televisie een min of meer wetenschappelijke serie gevolgd over het ontstaan van leven op de aarde in het heelal. De presentator sprak heel boeiend, echt een intrigerend verhaal. Het ging over een ontelbaar aantal sterren en onmetelijke afstanden. Echt heel indrukwekkend! De wereld lijkt een stofje in het onmetelijke heelal en ik voelde me weer een stofje op die grote aarde. Ik, die God die niet ervoer?
Eén ding miste ik wel in die documentaire: er werd niet over onze Schepper gesproken. Naarmate het programma miraculeuzer werd ging ik me erover opwinden: “Hallo, zien jullie dat nou niet? Deze grote wonderen gebeurden toch niet zomaar, per ongeluk, omdat de omstandigheden ‘toevallig’ optimaal waren? Dit kan toch nooit ontstaan zonder hogere macht?” Dat grote, dat mooie, dat onbegrijpelijke, dat kan me overweldigen: hoe groot en machtig is God, hoe durven wij aan Hem te twijfelen! Vooral die ene stap van een paar atomen naar het eerste eencellige leven, daar walste men eigenlijk heel gemakkelijk overheen, maar juist daar begint Gods grootste wonder waar we nog niet veel van snappen: het leven!
Een boer denkt op een mooie zomerochtend niet: zo, ik ga vandaag de tarwe maar eens een flink stuk groeien. Nee, hij kan voor optimale omstandigheden zorgen, met mest en weet ik veel wat nog meer, maar de rest kan hij alleen maar afwachten! Hij ziet het jaar in jaar uit gebeuren en toch zou het kunnen dat hij zo maar aan het grote wonder voorbijgaat.
Joyce haalde de storm op het meer uit Lukas 8 erbij: Jezus sliep, maar wás er wel! Toen de discipelen Hem wakker maakten, vroeg Hij: “Waar is jullie geloof?”
Na mijn bezoek aan de Hoop liep ik een beetje aangeslagen naar buiten, want ik had aan God getwijfeld en Joyce had me op mijn nummer gezet! Toen ik naar mijn fiets liep, kwam ik een vrouw tegen. Ze keek me vorsend aan alsof ze bij me naar binnen keek, of ze mij begreep. Het leek of haar ogen vroegen: “Waar was je geloof? Ik stond behoorlijk wezenloos bij mijn fiets en keek achterom: ze was verdwenen, ze moet daar naar binnen gegaan zijn. Nee, ik had haar echt nog nooit gezien!
Het echode nog na in mijn hoofd: “Waar was je geloof?”
Zo wonderlijk: Zijn schepping, zo wonderlijk: Zijn bemoeienis,
met mij, daar bij mijn fiets!
Ik, armzalig stofje, tóch een parel in Zijn hand!
Heere vergeef mij, verlos mij van het boze.
Want U bent er, ook voor mij…
Toch?