Jan…
Johannes 3 vers 16: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden.”
Vroeger leerden we op ‘de lagere school’ elke week een ‘psalmversje’. Zes jaar keer pakweg 40 weken, dat zijn 240 verzen uit de oude berijming. Ik ken er nog diverse uit mijn hoofd. Als ik tijdens het zingen niet goed lees, dan zing ik soms nog steeds die oude berijming. Dat heb ik altijd bij me, waar dan ook, wanneer dan ook, onder alle omstandigheden: ik heb in de Alblashof mensen gezien die niks zinnigs meer zeggen, maar ’t Hijgend hert uit volle bordt meezingen! Jammer dat het leren van dat psalmversje op veel scholen afgeschaft is.
Ik dacht hieraan toen ik een krantenknipsel tegenkwam van Jan de Mik. Hij en zijn vrouw Sari waren kennissen van mijn ouders. Het knipsel betreft een interview voor een lokaal krantje. Mijn moeder had het uitgeknipt omdat ze het een mooi stukje vond.
Hoewel Jan wel het een en ander meegemaakt had, vierde hij het leven en het geloof met een olijke knipoog. Jan praatte plat Rotterdams en was altijd te porren voor ‘een feessie’. Als Jan in de buurt was, ging hij in Rotterdam naar de schipperskerkdienst met gezellig koffie na. Het is de vraag wat Jan het mooiste vond: de kerkdienst of de koffie.
Zijn vader de Mik was niet oud geworden en Jan voer al vroeg als schipper met zijn moeder op een aakje van 81 ton. Het leven was nog eenvoudig: je had twee radiozenders: Hilversum 1 en Hilversum 2. Op de ene kwam de morgenwijding en op de andere de arbeidsvitaminen. Jan hoopte stiekem dat de dominee geen ‘Heere’ maar ‘Heer’ zei: dan werd de prediker door moeder de Mik resoluut afgekeurd en kon Jan ongestoord naar de arbeidsvitaminen luisteren.
Jan voer met zijn Sari op een spits: een schip van 38 x 5 meter, dat past precies in de Franse ‘vijfmeter-sluisjes’. Het mooiste van zijn leven vond hij de tijd toen hun twee dochters nog aan boord waren en ze ver Frankrijn in voeren, tot Marseille toe. Tja, schippers en kinderen, dat blijft een moeilijk verhaal. Wij hebben met ons campertje alle kanaaltjes die Jan bevaren heeft waarschijnlijk wel gezien.
Zijn vrouw werd maar net in de 70. Ze woonden in een flat op de kop van het Noordereiland: als Jan door het raam naar buiten keek, leek het of hij de Nieuwe Maas bevoer.
Zijn jongste dochter overleed aan lymfklierkanker. Haar man had de benen genomen, maar Jan ging elke dag bij haar op bezoek. In de nacht dat ze stierf hield hij haar hand vast, hij wist niets anders te doen. Toen dacht hij ineens aan zijn moeder: op zondagavond moesten hij en zijn vier zussen om haar heen komen zitten. Dan zong ze een heel arsenaal liederen van Johannes de Heer: ‘Er ruist langs de wolken‘, ‘Veilig in Jezus armen’, ‘Scheepje onder Jezus hoede’… Hij kwam op het idee om die liederen voor zijn dochter zingen en zo zong Jan zijn dochter met zijn harde roestige basstem de eeuwigheid in.
Dat ‘Scheepje onder Jezus’ hoede’ was het laatste schip dat Jan bestuurde, en dat wist hij, zo vertelde hij in dat interview, en hij was er op voorbereid: bij zijn uitvaart moest er gezongen worden: ‘Er zijn geen grenzen aan Jezus’ macht’. Dat wist Jan nog van zijn moeder, want dat zong zij tachtig jaar eerder in het roefje van dat aakje van 81 ton.
Zou Jan nou écht… ?
God heeft Zijn Zoon níet in de wereld gezonden opdat Hij die zou veroordelen, maar…
Toch?