Geest-drift

Deo volente…

Jakobus 4 vers 13-15: “En nu dan u die zegt: Wij zullen vandaag of morgen naar die en die stad reizen, en daar een jaar doorbrengen en handeldrijven en winst maken, u, die niet weet wat er morgen gebeuren zal, want hoe is uw leven? Het is immers een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt. In plaats daarvan zou u moeten zeggen: Als de Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen.”
We lazen deze Bijbeltekst volgens ons Bijbels dagboekje. Ik wist niet dat ‘als de Heere wil en wij leven’ letterlijk n de Bijbel staat. Je weet het toch wel? ‘Deo volente’ betekent ‘Zo de Heere wil en wij leven’. Mijn moeder wist het ook en ze was er streng mee: als er op een trouwkaart geen D.V. stond, dan keurde ze hem af!
Ik dacht aan een oudtante van me: tante Pie. Ze was zeer zwart gekleed, zeer streng in de leer en zeer Zeeuws. Haar kleindochtertje van een jaar of zes logeerde bij haar opa en oma, mijn vaders ome Jan en tante Pie. Het kind vertelde wat ze de volgende dag ging doen. Haar oma  daagde haar uit met: “Amment… amment…?” Toen zei het kind heel braaf: “Amment beleve muhhe”, in goed Nederlands: “Als we het mogen beleven.” Tante Pie glom van trots, dat dan weer wel, ondanks haar straffe dogmatiek. Mijn moeder was er getuige van, maar vond dit ’opzitten en pootjes geven’ van zo’n kind wel een beetje te bar.
Toch snap ik Jakobus wel in het stukje brief hierboven. We roepen heel gemakkelijk: morgen moet ik… volgend jaar gaan we op vakantie naar… Als ik met pensioen ben, gaan we…
Jacobus wil ons een toontje lager laten zingen en wat meer voorbehoud laten meespelen als we plannen maken. Plannen maken, daar is niks mis mee hoor, we mogen, nee, we móeten zelfs plannen maken, maar we stoten zo gemakkelijk onze neus als we ervan uit gaan dat het zéker zo zal gaan. Luther zou ooit gezegd hebben: “Als morgen Jezus komt, dan plant ik vandaag een boom.” Dus absoluut plannen, maar wel onder voorbehoud! 

Ik herinner me de kerstdagen van jaren geleden. Het was slecht weer: veel sneeuw en ijzel. De wegen stonden vol, er waren hevige aanrijdingen met ernstige gevolgen. Waarom? “We hadden een restaurant gereserveerd, dan móet je…” Of: “We hadden een afspraak met… dan ben je verplícht om…” Kijk, dat bedoel ik: je mag plannen maken, maar wel onder voorbehoud: zo de Heere wil! Mijn tante Ina zei altijd: b.l.e.w.z.: bij leven en welzijn.
Zoals je weet ben ik in de binnenvaart geboren en getogen: schippers en boeren kijken altijd naar de lucht: hoe is het en wat wordt het, want zij zijn afhankelijk van het weer.
Er zijn natuurlijk ook ongelovigen onder schippers en boeren, maar ze weten zich wel afhankelijk en hebben respect voor onvoorziene omstandigheden, zoals het weer.
Onze dochter en schoonzoon hadden op hun verlovingskaart Spreuken 16 vers 9 staan: “Het hart van een mens overdenkt zijn weg, maar de HEERE bestuurt zijn voetstappen.” Zij hadden dit al vroeg geleerd en daar waren we dankbaar voor! Nee, niet zo trots als tante Pie.

Het kwam ineens in me op, die oude berijming, daar komt ik nooit meer vanaf, dat heb ik áltijd en óveral bij me, tot mijn laatste ademtocht: Psalm 86 vers 6:
“Leer mij naar Uw wil te hand'len, 'k zal dan in Uw waarheid wand'len;
Neig mijn hart, en voeg het saâm tot de vrees van Uwen naam.
HEER, mijn God, ik zal U loven, heffen 't ganse hart naar boven;
'k Zal Uw naam en majesteit, eren tot in eeuwigheid.”
Die laatste zin, hè? Ná mijn laatste ademtocht:
zónder voorbehoud, God(s) wil!