Geest-drift

Nestors…

 

Deuteronomium 32 vers 7 en 8: “Denk aan de dagen van vroeger tijd; let op de jaren van zullen het u zeggen.”

Zestig jaar geleden in 1965 werd ‘onze’ Ichthuskerk in gebruik genomen. Ik bedacht zomaar: de oude generatie, de pioniers van die nieuwe kerk in een nieuwe woonwijk, is ons aan het ontvallen. Ik zou er minstens een dozijn van die lichting kunnen noemen die we intussen moeten missen. Zij hebben de kerk gefinancierd, helpen bouwen, onderhouden, schoongemaakt en bovenal: met Gods hulp de erediensten en het pastoraat gaande gehouden!
Daardoor komt als vanzelf de gedachte boven dat wíj zo langzamerhand de ‘nieuwe’ generatie senioren worden, of eigenlijk al zijn! Ik zie het met eigen ogen gebeuren: wij hoeven geen gezin met een paar dwarse pubers te mobiliseren, daardoor zijn we een van de eersten die in de kerk zitten, altijd op dezelfde plek. Vroeger had ik een paar oude knarren die er al zaten als baken om naar onze vaste plek te navigeren. Nu zijn die ouderen er niet meer en moet ik de banken tellen om onze plaats te vinden. Ja, wij zitten altijd, pontificaal in het midden van het beeldscherm, elke zondag twéé keer: een goede gewoonte! Met andere woorden: wij oudjes horen bij het meubilair van de Ichthuskerk!
Zitten we de rest van de week achter de geraniums? Nee, zó oud zijn we nou ook weer niet!  Mede door kerken- en ander vrijwilligerswerk, waar jullie vaak te weinig tijd voor hebben, beginnen wij een vaste waarde van de kerk te vormen: wij zijn er altijd, en houden de vinger aan de pols: bij jóu, de  kerkganger, ook bij de algemene zaken in onze, nee, in Gods Ichthuskerk. Ja, dat zeg ik: pontificaal in het midden!
Wij zijn er, hoop ik, ook  om jouw verhalen aan te horen, mee te leven, goede raad te geven en: niet onbelangrijk: om voor jullie te bidden. Wij houden ook de eredienst gaande door naar de kerk te gaan als jullie op vakantie zijn, anders wordt het in die zes vakantieweken erg stil!
Jij, ‘de jeugd’, heeft de toekomst, maar wíj zijn de jeugd van vroeger! Wij hebben veel levenservaring, veel al meegemaakt, veel geleerd. Ik denk aan mijn moeder, ze zei, toen ze de tachtig al ver gepasseerd was, nog steeds: “Een mens blijft leren.” Wij kunnen daardoor relativeren en misschien wel wijze raad geven. Zo mogen wij misschien een vast baken zijn voor jou… ja, ook om je plaats in de kerk te vinden.
Ik heb natuurlijk in de Bijbel gezocht naar teksten die met hoge leeftijd te maken hebben. Ik vond Hebreeën 11 vers 1 en 2: “Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet. Hierdoor immers hebben de ouden een goed getuigenis gekregen.”
Nou, een opdracht aan ons dus, en een mogelijkheid voor jou om raad te vragen, of je hart eens te luchten of te weten komen: hoe was dit vroeger, hoe deden jullie dat? Nú kan het nog! Ik heb, nu mijn ouders er niet meer zijn, best nog vragen over vroeger die ik niet meer kan stellen. Ik had er tóen aan moeten denken! Nu kan het niet meer!
Collega-senioren: in Deuteronomium 6 vers 7 staat: “U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat.” Dit is ónze opdracht! Nogmaals: pontificaal in het midden!
Hierboven staat ‘nestor’, weet je wat van Dale hierover zegt? “Schrandere eerbiedwaardige
grijsaard…” Of wat dacht je van Spreuken 20 vers 29: “Het sieraad van jonge mannen is hun kracht, en de glorie van de ouderen is de grijsheid”
Ik bedoel maar: oud maar nog niet afgeschreven!