Tijd…
Prediker drie vers 1: “Voor alles is er een vastgestelde tijd en er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel.”
Ik dacht zomaar aan een gebeurtenis van pakweg 65 jaar geleden. We lagen met ons schip stil vanwege mist. Ik meen ergens tussen Antwerpen en Gent. Dat water noemen ze ‘de Zeeschelde’ en is zonder mist al gevaarlijk genoeg vanwege heftige getijdenstromen. Ik liep buiten met de pijp van mijn vader in mijn mond. Dat was stoer: als ik uitademde zag ik mijn adem door de mist en leek het net of ik rook uitblies! Mijn vader liep in het gangboord wat te ijsberen en wisselde van gedachten met de buurman. Gewoon gezellig een praatje. Ze hadden de tijd, er was geen stress: als het mistig was kon je niet varen en wachtte je tot het weer opklaarde. Simpel, toch? Zulke taferelen kom je nu niet meer tegen: ze hebben nu allemaal radar en varen met mist gewoon door, want ook in de scheepvaart geldt: “Tijd is geld.”
Ik toetste dit gezegde even in op internet, want ik had geen zin om een bladzijde met ‘tijd’ in van Dale door te lezen, ja, precies: dat kost tijd! Ik las: "Tijd is geld is een Nederlands gezegde dat betekent dat tijd kostbaar is en gebruikt kan worden om geld te verdienen. Het benadrukt dat het verlies van tijd ook een verlies van potentiële inkomsten betekent.”
Daar hadden de schippers in die tijd geen last van. Niemand had een wurgcontract met een geldschieter. De wachttijden voor een sluis of een landsgrens waren soms een paar dagen en niemand lag daar wakker van en at er geen boterham minder om: het was nu eenmaal zo.
Ik lijk Wim Sonneveld wel met ‘het dorp’: “En langs het tuinpad van mijn vader…” In mijn geval: “En in het gangboord liep mijn vader…” en verderop: “Ik was een kind en wist niet beter dan dat het nooit voorbij zou gaan.” Tja, ik had ook ‘de tijd’ en die leek nog eindeloos…
Er werd ook toen ook weleens een halve nacht doorgevaren, maar er bleef dus ook nog tijd over, bij sluizen, laad- en losplaatsen en, niet te vergeten, de schippersbeurzen: niet echt stil, dat niet, daar werd wat afge…! En wat denk je van lange stukken varen: het meeste is vrij gemakkelijk en dan heb je ‘de tijd’. Ik geniet nog steeds van een lange autorit, wat mij betreft met een (meestal) slapende Sophie naast me: heerlijk!
We hollen vaak van hot naar haar en we moeten eigenlijk meer tijd némen, maar dat dóen we te weinig! Tegenwoordig is ‘stille tijd’ een veel gebezigde uitdrukking: néém die tijd dan ook: om te bidden uit de Bijbel te lezen, met elkaar van gedachten te wisselen. Ik mag graag eens gewoon ‘niks’ doen, je gedachten gaan vanzelf, zoals achter dat stuurrad of autostuur. Doe het bewúst, want zelfs een moment van stilte zoals ook een uitgesproken gebed voor en na het eten mislukt al zo vaak: overal klinkt weleens de vraag: “Hebben we nou al gebeden?”
Néém de tijd! Ooit sprak een inheemse Afrikaan tegen een moderne westerling: “Ú heeft een horloge, maar ík heb de tijd.” En zo is het maar net!
Ooit zijn we ‘uit de tijd’, dan hebben we juist écht ‘de tijd’, maar het kan nu al: néém de tijd! Doe je het niet, dat is dat zonde…
Prediker 9 vers 11: “Opnieuw zag ik onder de zon dat niet de snellen de wedloop winnen, en ook niet de helden de strijd, ook dat niet de wijzen brood hebben, en ook niet de verstandigen rijkdom, en evenmin de kenners gunst. Tijd en toeval overkomen hun immers allen.”
Weet je, mijn hond had ook geen horloge,
maar wel de tijd, mijn tijd, stille tijd…
Nu heb ik nog Geest-drift,
dat gaat ook…