Geest-drift

Verwachting…

 

Jozua 1 vers 9: “Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat.”
We waren bij mijn ouders op visite en we hadden een mededeling die er niet om loog: “We hebben een nieuwtje: Sophie is in verwachting.” Ach, haar hormonenhuishouding lag helemaal overhoop en ze schoot er van vol. Sophie doet dat meestal wel gemakkelijk, zestig jaar geleden voorspelde haar vader al: “Jij zal nooit een waterhoofd krijgen, want het vocht stroomt er allemaal uit.” Mijn moeder was ook wel een extravert type: ze sloot Sophie in haar armen: “Och, m’n lieve, lieve kind!” Dat zijn van die gebeurtenissen die je de rest van je leven bij je draagt en koestert.
Een paar maanden later: Sophie was vijf maanden zwanger. Ik was voor een storing in de drukkerij van Erasmus Universiteit in Kralingen, vlak bij mijn moeder. Toeval? Nee, natuurlijk niet, ik was nét klaar met mijn werk: “Aad, telefoon voor jou!” ”Hallo, met Aad…” “Met Ma, ze zijn hier van Pa z’n werk, Pa is ineens gestorven.”
Dan draaien je radertjes ineens op topsnelheid: “Ik ben zó bij je, ik ben vlakbij. Kees, mijn vader is plotseling overleden, bel jij even voor mij naar de zaak en zeg dat de storing opgelost is en dat ik nog wel bel.” “Doe ik Aad, sterkte, Aad!” En weg was ik.
Ma was rustig, ik eigenlijk ook. Ma was wat je in de volksmond een zenuwlijer noemt, maar juist níet als er écht iets aan de hand was. Zo ben ik eigenlijk ook, nou ja, zo wás ik ook…
Sophie werkte halve dagen. Ik besloot haar aan het eind van haar werktijd op te halen. Ma vroeg: “Zie je er tegenop?” “Ja.” Ik ging met lood in mijn schoenen, maar het viel erg mee: de ontmoeting en het vertellen van de slechte boodschap verliepen veel gemakkelijker dan ik verwachtte. Ik was kalm, Sophie nam de onheilstijding vrij rustig aan. Dan krijg je kracht! De thuiskomst was natuurlijk emotioneel. Ma zei: “Och Sophie, denk aan je kind!”
Er volgden hectische dagen: van alles regelen: namen, adressen, de begrafenis bespreken.
Eerst besef je niet eens dat je vader dood is, dan snap je niet waarom, maar later kreeg ik door dat hij er zijn laatste jaar op voorbereid was en dat zat zo: Pa was erg gesloten van karakter, mijn moeder wist niet hoe hij in het geloof stond. Een jaar voordat hij stierf kreeg hij een maagbloeding en lag hij elf weken in het ziekenhuis. Toen is hij bang geweest, begreep ik later. Mijn moeder vertrouwde mij eens toe: “Die elf weken in het ziekenhuis was de mooiste periode van ons huwelijk.” Achteraf begreep ik dat dit al de voorbereiding voor zijn dood was! Ik begrijp nog steeds niet waarom het zo plotseling moest, sommige dingen moeten we ‘gewoon’ accepteren, maar ik kreeg er daardoor wel vrede mee.
Al met al: juist in moeilijke tijden is God er nadrukkelijk! Ik dacht aan Jezus na de storm op het meer: “En Hij zei tegen hen: Waarom bent u zo angstig? Hebt u dan geen geloof?” Nee, niet boos! Jezus bestrafte de wind, niet hun geloof!
Zwanger? Verwachting? Wat maakt het uit… het is allemaal: uitzien naar…een blijde gebeurtenis!
Ik zocht en vond in Psalm 62 vers 6 en 7:
“Zeker, mijn ziel, zwijg voor God, want van Hem is mijn verwachting.
Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn veilige vesting; ik zal niet wankelen.”
Vier maanden later belde ik mijn moeder te vertellen dat ze er een kleinzoon bij had.
“Hoe heet hij?” vroeg ze. Ik zei: “Dat weet je wel.”
Haar antwoord was kort, in het Zeeuws natuurlijk:
“Noe ‘ang ik maar op.”