Topsport…
Prediker 9 vers 11: “Opnieuw zag ik onder de zon dat niet de snellen de wedloop winnen, en ook niet de helden de strijd, ook dat niet de wijzen brood hebben, en ook niet de verstandigen rijkdom, en evenmin de kenners gunst. Tijd en toeval overkomen hun immers allen.”
Ik las in de krant over een onderzoek naar mishandeling van jongeren in de sport. Ik citeer:
“Het onderzoek naar de topsportcultuur in Nederland bevestigt wat velen al langer zien: de mentale gezondheid van jongeren staat onder druk. Ze willen het beste uit zichzelf halen, maar doen dat binnen een systeem dat structureel te weinig ruimte laat voor rust, spelplezier en mogen falen.”
Ik vind dat schrikwekkend! Vooral omdat het volgens mij niet alleen in de (top)sport gebeurt, maar ook in het dagelijks leven, en dat het evenzogoed voor volwassenen geldt! Waarom? We eisen te veel van onze kinderen! We eisen te veel van onszelf en we eisen te veel van elkaar!
Ik hoorde eens een vader over zijn zoon, hij verontschuldigde zich min of meer: “Hij gaat naar het VMBO praktijkonderwijs. Tja, hij kan niet zo goed leren, maar hij kan wel wat met zijn handen, dus…” Ik dacht: wat erg, voor die jongen, zijn vader lijkt zich voor hem te schamen. Ach, hij kán niet beter lijkt, zijn vader te denken. Maar… hij wordt vast een vakman met hart en ziel! Hij is niet mínder begaafd, maar ánders!
Ik heb het al eerder geschreven: “Een mens is toch meer dan een dikke Mercedes of een oude eend? We doen er allemaal aan mee: we zijn trots op ons huis, onze baan, onze auto. Of… ik ben een minkukel, want ik voldoe niet aan dat plaatje!
De leerkrachten van de basisschool zien er als een berg tegenop: ‘Het Gesprek’: wat adviseren we uw dochter, wat kán je zoon. Meester of juf worden soms bijna over hun bureau getrokken: “Míjn zoon kan bést… Míjn dochter móet…”
We móeten zoveel, onze kinderen ook, we móeten presteren, onze agenda loopt over. Maar… we móeten niks… we wíllen, beseffen we dat? Zondag hoorden we twee preken over geld. Wat móeten we daarmee? Aan onze status bouwen, of onze minder bedeelde medemensen helpen? Wíj staan voor de keuze! Je kunt niet God dienen én de mammon!
Mattheüs 6 vers 19-21: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde (…) maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”
Ik hoor in gedachten Herman van Veen: “Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, wij hebben ongelofelijke haast!” Waarom eigenlijk? Wat brengt het? “De mentale gezondheid van jongeren staat onder druk.” De onze ook!
Mattheüs 11 vers 28-30: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.”
Ben je nog niet overtuigd? De aanvangstekst kwam zondagochtend in verband met het Heilig Avondmaal uit Johannes 11 vers 28: “De Meester is er en Hij roept u.”
Weet je wat ik beslist níet wil?
Dat ik straks stokoud ben en ontdek:
ik heb niet geleefd…
Dat zou zonde zijn!
Toch?