Geest-drift

Adieu

 

Psalm 84 vers 10 en 11a: “O God, ons schild, zie en aanschouw het aangezicht van Uw gezalfde. Want één dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders…”

We hebben op de rommelmarkt van de Grote kerk een stoel uit een Rooms-katholieke kerk gekocht. Voor de steile calvinisten onder ons: dit is een stoel met een hoge rugleuning. Je kunt er gewoon op zitten, en als je je omkeert kun je op de stoel knielen en met je ellebogen op die rugleuning steunen. Er zit een messing plaatje op met de tekst: ’S. Moligneau’. Ik kan geen kerk of plaatsnaam vinden met ‘Saint Moligneau’ bovendien had er dan waarschijnlijk ‘St’ gestaan. Het zal, denk ik, eerder de naam zijn van iemand die deze stoel ooit huurde of kocht. Hoe dan ook: het is Franstalig, dus uit zuid België of Frankrijk.
Op het plankje op de rugleuning zie je slijtage van een ontelbaar aantal keren dat onderarmen hierop in de loop der jaren of misschien zelfs eeuwen steun gezocht en gevonden hebben. Er zullen weesgegroetjes op die stoel gebeden zijn, daar hebben wij protestanten niets mee. Er zal ‘gewoon’ op gebeden zijn, zoals wij bidden: om genezing, om geloof, om kracht, om verlossing. Bidden om genezing of verlossing, voor je naaste, voor je kinderen, voor wereldleiders, voor vrede. Of, heel simpel al onze gebeden samen: het ‘Onze Vader’.
Er zal op die stoel misschien geworsteld zijn met God: ongeloof, boosheid, we maken het allemaal mee, toch? Vragen aan God, een gebalde vuist naar God: “Waarom ík”, of: “Waarom ik níet” Er zal ook op gedankt zijn, maar ik denk: meer gebeden, dankbaarheid is niet echt onze sterkste kant! Voorspoed en gezondheid gaan we pas écht waarderen als we het missen.

Ooit schreef ik over een Franse kerk: “Op een plaats waar God eeuwenlang gezocht is, lijkt Hij gemakkelijker te vinden.” Ik zag het vaak in Franse kerken: zomaar midden op de dag zie je er mensen binnenlopen: een man met een laptop onder zijn arm, een vrouw met een boodschappentas: even zitten, even niks, even voor mezelf, of even contact met God. Daar ben ik jaloers op, dat kan hier niet, hier zitten de kerken doordeweeks op slot! 
Als ik naar die stoel kijk, dan nemen mijn gedachten de vrije loop. Zondagmiddag zongen we Opwekking 281: “Als een hert dat verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar U.” Prachtig hoor, maar we hadden toch al Psalm 42? Waarom dan zo moeilijk doen? Laat mij maar:
’t Hijgend hert, der jacht ontkomen,
schreeuwt niet sterker naar ’t genot
van de frisse waterstromen,
dan mijn ziel verlangt naar God.
Weet je wat ik ineens bedacht? Dat slaat op onze Franse stoel!
Als ik naar die stoel kijk, dan heb ik een beetje Franse kerk in huis… God dichterbij: God begroet mij en ik mag God begroeten, ik doe het dus maar op z’n Frans: ‘Adieu’. Oorspronkelijk was het à Dieu, volgens mijn onvolprezen woordenboek: ‘Men beval bij het afscheid iemand aan God aan.’ Vrij vertaald: ‘Ga met God’. Is dat geen mooie gedachte, een prachtige groet?
Die stoel brengt God een beetje dichterbij!
Er komt weer een flard van een Psalm naar boven:
God zij geprezen met ontzag.
Hij draagt ons leven dag aan dag,
Zijn Naam is onze vrede…
Weet je… ik leef nu een beetje als God in Frankrijk…
à Dieu!