Geest-drift

Belofte…

De organist speelde voor de dienst: “Grote God, wij loven u”, vroeger op school heette dat Gezang 149. Ik dacht aan meester van der Hel, op het schoolplein ‘Helletje’ genoemd. Voor in zijn klas stond een oud traporgeltje. Ik ken iemand die zo’n wonder der techniek een psalmenpomp noemt. Die van Helletje was een beetje astmatisch. ’s Morgens om half negen begonnen we de dag met zingen en dat was soms dus Gezang 149. Ik zong het graag, ik vond het mooi en het raakte me: God bracht mijn kinderzieltje in beroering, waarom eigenlijk? De tekst of de melodie, of beide? Had het met mijn ontheemde leven als schipperskind ‘aan de wal’ te maken? Ik weet het niet. Of was het God, Die bij mijn doop een belofte had gedaan?
Vanochtend ging bij ons dominee Piet de Jong uit Rotterdam voor, al lange tijd met emeritaat. Hij raakte me. Hij maakt soms heel achteloos een rake opmerking die snoeihard binnenkomt. Waarom raakte hij mij eigenlijk? De  woorden, de toon, of beide? Ik weet het niet. Of was het God, die bij mijn doop een belofte had gedaan?
In mijn kindertijd zág ik het aan mijn moeder als ze aangedaan was door de preek en dan wíst ik dat het een goeie preek was. Zo leerde ik al vroeg wat een dominee teweeg kan brengen. Ik wist misschien nog niet dat het Gód was, Die bij mijn doop een belofte had gedaan. Mijn moeder zal niet geweten hebben wat zij bij míj teweeg bracht door haar reactie op de preek. Het was Gód, Die bij mijn doop een belofte had gedaan, maar ook mijn ouders hadden een belofte gedaan, en Gód hielp dus met het waarmaken van hún belofte.
Snap je nu dat ik nooit zou kunnen overdopen? Dan zou ik de belofte van Gód én de belofte van mijn ouders naast mee neerleggen! Alleen het woord al: ‘overdopen’, is dan de eerste doop mislukt of zo?
Het is nu maandagochtend. Waar ging die preek van dominee de Jong ook alweer over? Ik weet het niet meer! Is dat belangrijk? Of telt alleen dat God me raakte: God Die bij mijn doop een belofte had gedaan?
En nu volgt er een wonder: ik heb vorig jaar een nestkastje gemaakt en op het balkon gehangen. De toegewijde ouders vliegen zich al weken letterlijk het heen en weer met voedzame hapjes. Vanochtend vroeg was het een enorm gekwetter van de ouders op de reling van het balkon: het wás zover, de jongen werden naar buiten gelokt. Nu hebben we zojuist vijf jonge onbeholpen koolmeesjes uit zien fladderen: een prachtige beleving, een groot wonder! Nu zijn ze in de tuin verdwenen en is hun hachelijke overlevingscursus begonnen. Nog steeds onder toezicht van hun toegewijde ouders… én… van God! Mattheüs 10 vers 29:
“Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om.”
Er gaan vast een paar jonkies sneuvelen, maar níet buiten de Vader om! Hij heeft een plan en dat wordt voltrokken!  Soms anders dan wij hopen. Soms anders dan wij verwachten. Zo óók met ons: “… en ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven.”
Wat heb ik nou eigenlijk wél van de preek van dominee de Jong meegenomen? Mijn geheugen: oei… maar ik wéét het weer:
Het is Gód, Die bij mijn doop een belofte heeft gedaan!
De laatste zin van de preek weet ik nog wél, die spreekt dominee de Jong waarschijnlijk aan het eind van elke preek uit:  “Lof zij Christus in eeuwigheid, amen!”