Geest-drift

Exodus…

 

Exodus 4 vers 10: “Toen zei Mozes tegen de HEERE: Och Heere, ik ben geen man van veel woorden. Dat ben ik sinds jaar en dag al niet, zelfs niet vanaf het ogenblik dat U tot Uw dienaar gesproken hebt, want ik spreek onduidelijk en moeizaam.”
Mozes kreeg de opdracht van God om de Exodus van Zijn volk te gaan regelen. Daar zag hij behoorlijk tegenop. Niet zo raar, toch? Het was nogal wat! Wat God ook uit de kast haalde, Mozes blééf uitvluchten verzinnen om er onderuit te komen!
Toen werd God boos op Mozes: “Geloof je Mij nou nóg niet? Wat moet ik er nog meer aan doen voordat het kwartje bij jou valt?”
Ik val meteen maar met de deur in huis: eens komen wij allemaal voor onze ‘exodus’ te staan, of waarschijnlijk: te liggen. Onze laatste en grote Exodus! Heel lang lijkt dat ver weg: die ‘uittocht’ is voor bejaarden, maar dan ineens ontdek je dat je zelf bejaard bént, datje bijna  aan de beurt bent! Dat komt hard binnen!
Je ziet het wel op rouwkaarten: ‘Toch nog onverwacht’. Ja, je leeft er niet zo gauw naartoe. Totdat de dokter zegt: “U bent uitbehandeld, meneer. We kunnen niets meer voor u betekenen, mevrouw.” Dát is natuurlijk schrikken! Die brandende doornstruik: “Mozes bedekte zijn gezicht, want hij was bevreesd God aan te kijken.”
Ik schreef net: ‘je leeft er niet zo gauw naartoe.’ Toch kan dat, gebeurt dat. Mijn moeder was ‘oud en der dagen zat’. Ze had eigenlijk geen ziekte, maar ze was gewoon versleten, ze was op. Haar organen begonnen één voor één te haperen en het leven werd steeds moeilijker. Ze ging ernaar verlangen: haar exodus: naar het land van melk en honing. Ze begon zich, of beter: God begon haar los te weken van dit leven en van haar waardevolste bezit aan deze zijde: haar kinderen. Wij raakten op de achtergrond en haar blik werd steeds meer omhoog gericht: haar exodus.

In het verpleegtehuis zei ze in een vertrouwelijk gesprek eens tegen mij: “Ik wil hier weg.” Ik vroeg: “Naar huis?” Ze antwoordde: “Nee, naar de hemel.”

Ik mocht het bij haar zien gebeuren: God stuurt ons niet zómaar op reis naar onze exodus. Hij bereidt ons vóór, en Hij gaat met ons mee!
Misschien zíjn we nog niet zo ver als dat onheilspellende bericht komt. Maar dan gebeurt het wonder: God maakt ons gereed, God maakt ons bereid. En als het zo ver ís… dan is het goed, ik weet het zeker, want ik heb het bij mijn moeder zien gebeuren.
Gods hulp is geschikt voor álle leeftijden, want er schiet me iets heftigs binnen: een nicht van me had borstkanker, nog maar in de veertig en niets meer aan te doen. Op haar sterfbed zong ze met haar man en dochter:
“Wat de toekomst brengen moge,
mij geleidt des Heren hand;
moedig sla ik dus de ogen
naar het onbekende land.”
Ik besluit met een belofte van onze God uit Jesaja 41 vers 10:
“Wees niet bevreesd, want Ik ben met u,
wees niet verschrikt, want Ik ben uw God.
Ik sterk u, ook help Ik u…”
Exodus 3 vers 8:
“Naar een land dat overvloeit van melk en honing…”
Echt!