En God zag…
Genesis 1: “…en God zag dat het goed was.”
Onze eerste ontmoeting sloeg in als een bom, maar het gekke was dat we dit geen van beiden in de gaten hadden, het kwartje viel pas maanden later. Het begon in de ‘Veilige Haven’, een sociëteit voor schippersjeugd. Er was een bandje en ze danste zo fijn.
Wat is nou eigenlijk, zo’n inslaande bom? Je leest of hoort soms in interviews: “Waarom viel je op je geliefde?” Dan worden er allerlei mooie karaktertrekken van de partner genoemd, maar die wist je op dat moment nog helemaal niet, dus dat is onzin! In dat geval zou je het namelijk met je verstand beslissen en dat is juist fout, het overkomt je zomaar!
Daarin zijn wij niet uniek, je ziet het in heel de schepping gebeuren: waarom vallen twee pinguïns op elkaar in een troep van tienduizend beesten die allemaal op elkaar lijken? En ze worden partners voor het leven! Ik zag op tv twee Afrikaanse futen. Ze voerden een paringsdans op: prachtig, lopen over water, hoogstaand ballet! Alsof ze maanden geoefend hadden! Dat heeft te maken met elkaar leren kennen en eigen worden. Ja, zoiets overkwam ons ook. Hoe komt dat? Waarom zwemt een zeeschildpad duizenden mijlen om zijn partner te ontmoeten? Waarom vliegt een albatros de halve wereld rond naar zijn levensgezel om te paren? Is dat instinct? Zit dat in je genen? Dit kan geen bioloog me uitleggen!
Ik ben ervan overtuigd dat dit hoe dan ook Gods leiding is: Hij regelt het allemaal in Zijn schepping. God bracht ons bij elkaar, omdat Hij het zo wilde, omdat wij voor elkaar geschapen waren: één in liefde, één in zinnen, één in vlees en één in God.
De tweede ontmoeting was een beetje ongemakkelijk. De kaakchirurg had twee ontstoken verstandskiezen getrokken: ik had een gezicht of ik de bof had en ik had behoorlijk pijn. Ze stond ineens voor de deur met een bosje bloemen. Ik dacht: wat moet ik met dat kind? Ik was blij dat mijn zus erbij was, daardoor hadden we in ieder geval gesprekstof.
Ik ging met vrienden op vakantie naar Oostenrijk en stuurde haar een ansichtkaart, want ik kon ze niet uit mijn hoofd zetten. Ik denk dat het was zoals bij die pinguïns en futen: een onweerstaanbare drang, Gods bemoeienis!
Na de vakantie was ik blijkbaar aan het idee gewend en wist ik het zeker. De rest ging van een leien dakje: ”En God zag dat het goed was.” Deze zin komt steeds terug in het scheppingsverhaal, als in een gedicht. Dat prachtige gedicht is nog niet af. Zijn schepping ook niet. God bemoeit Zich nog elke dag met Zíjn oogappels: jou en mij, én die pinguïns en futen. Hoe dan ook, instinkt of iets anders: God blijft ons op onnavolgbare wijze de goede kant op sturen. Wij mogen dat ervaren, wij móeten naar God luisteren en Zijn stem volgen! Hij leidt ons, tot op de dag van vandaag… en morgen.
En ze leefden nog lang en gelukkig? Nou… Ik word steeds weer teleurgesteld. Soms hef ik een vuist omhoog: “U zag toch dat het goed was? Waarom dan dit?” Ik worstel zo vaak met God, net als Jacob! We vergeten zo gauw Genesis 3: de zondeval, wíj zijn schuldig! En God zag… Vanaf toen is het: en God ziet… Wij moeten bij Jezus, onze Verlosser zijn: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”
Hier blijft het een beetje tobben, maar eens: 1 Korinthe 15 vers 52b: “Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden.”
En God zal zien… wij ook!