Leven…
Mattheus 10 vers 29-31: “Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven."
We hebben een amaryllis op de lage tafel staan. Volgens mijn onvolprezen woordenboek heet dat officieel een ‘Amaryllis prima donna’ en die bloem maakt zijn naam waar: een mysterieus wonder! Als je zo’n ding krijgt of koopt lijkt het op een groot formaat ui. Je legt het zonder grond ergens neer. Je geeft het ook geen water en toch begint er na een paar weken een groen puntje in het midden van die ui te verschijnen. Als het eenmaal begint, weet je niet wat er gebeurt: je ziet dat spruitje bijna groeien: in een paar dagen klimt er een groene zuil als een rabarbersteel uit die ui, er verschijnen knoppen aan en na een paar dagen ontvouwen zich een stuk of vier wondermooie fluweelachtige bloemen, bijna zo groot als je handpalm, in de prachtigste kleuren rood! En dat allemaal zonder grond, zonder water, uit die ene ‘simpele’ ui. Je zou er zo mee langs de Via Gladiola kunnen gaan staan om een geliefde deelnemer van de Nijmeegse vierdaagse in te halen! Na een paar dagen zie je de pracht al verwelken. Tja, dat komt door de mens die het kwaad in de wereld bracht, niet door de Schepper!
Ik heb gegoogeld over het fenomeen ‘leven’. Het begon ooit met ‘piepkleine eencellige oerbaterien’ die zomaar, per ongeluk ontstonden, omdat alle omstandigheden stomtoevallig optimaal waren. Die ‘omstandigheden’ dan praat je over temperatuur, de aanwezigheid van water, de juiste atmosfeer, licht, zuurstof en weet ik wat al niet meer. Dat zou volgens de moderne mens allemaal héél toevallig ontstaan zijn! Ik dank je de koekoek! Dat kán toch niet? Darwin keek ook anders tegen zijn evolutietheorie aan: hij geloofde dat God daar achter zat, hij noemde zichzelf christen. Die evolutietheorie is in de moderne wereld wat vereenvoudigd. Dat sprookje waar de Bijbel mee begint, daar geloven ze niet meer in.
Of die evolutietheorie nou klopt of niet, dat vind ik niet zo interessant. In Genesis lees ik niet hóe het gegaan is, maar Wíe het gedaan heeft. Johannes begint met: “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.” God zei: … en het wás er. Dat éne stapje van dode materie naar levend organisme, dát kunnen we met al onze wijsheid nog stééds niet bevatten, dat kunnen we niet máken, dat kan alleen God! Een boer kan ploegen, zaaien en bemesten, de rest moet hij afwachten, het wonder laten gebeuren!
Er is sinds een paar weken een koolmezenpaar begonnen aan de bouw van een nest in een nestkastje op het balkon: ze vliegen driftig af en aan met takjes en rommeltjes om een comfortabele kraamkamer te creëren. Straks gaat het vrouwtje broeden en zorgt de aanstaande vader voor de kost. Daarna, als de eieren uitgekomen zijn, vliegen ze zich samen werkelijk uit de naad om al de jongen te voeden.
“…niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om.” Toch gaan er een aantal vallen: vorig jaar, toen de jongen gingen piepen, zat er zo nu en dan een ekster op de reling omhoog te loeren. Je zag hem denken: dat duurt nog wel even, morgen weer even kijken of ze al uitvliegen. Toen ze uitvlogen, waren we op vakantie, er zullen er wel een paar gesneuveld zijn…
Het leven kan hard zijn, maar toch… de haren op mijn hoofd zijn alle geteld…
ha, ha, dan is God bij mij gauw klaar!
Nee, dit is geen grap, misschien vál ik morgen wel ter aarde!
“Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven.”
Psalm 121: “…uw ziel zal Hij bewaren.”
En dan: het volmaakte leven! Eeuwig!