Piet…
Openbaring 21 vers 1 en 2: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.”
We maken deel uit van een vriendengroep van meer dan een dozijn personen, allemaal min of meer met de binnenvaart verbonden. De meesten van hen ken ik al meer dan vijftig jaar. Ik ben een van de oudsten van deze groep en nu is de tweede vriend ons al ontvallen: allebei jonger dan ik…
Ja, dan komt het dus dichtbij: de dood was iets van hoogbejaarde opa’s en oma’s. De dood waart ook rond in ónze generatie, bij ónze leeftijdsgenoten!
Ik kon het goed met Piet vinden. We begrepen elkaar. We hadden vaak dezelfde gevoelens en soms min of meer dezelfde psychische kwalen: we begrepen elkaar zonder veel woorden. We deelden ook de interesse in allerlei technische zaken. We waren beiden veelzijdige doe-het-zelvers, al zeg ik het zelf en mochten ook die ervaringen graag delen.
Hierdoor ontdekte ik voor het eerst dat het niet goed ging met Piet: er was iets met zijn fiets en daar wist hij geen raad mee. Hij ging ermee naar de fietsenmaker. Dat werd ons eerste afscheid: we konden het probleem níet delen, want Piet begreep het niet meer.
De momenten van afscheid nemen volgden elkaar snel op, duizelingwekkend snel, onthutsend snel, beangstigend snel, maar Goddank: Piet wist het niet meer. Het gemis zal niet toenemen, behalve voor zijn naasten: voor hen begint de leegte nú. Voor ons wás Piet al weg. De leegte wás er al. Het enige wat overbleef was leegte, medelijden, mede lijden.
God vond het nu genoeg, Goddank! Maar de leegte blijft. We konden het goed met Piet en Joke vinden. We hebben met z’n vieren veel gelachen, en ook weleens gehuild. Zó zal het nooit meer zijn.
Piet: voor jou wat je niet meer kon bevatten, maar het wás er wél, Psalm 61 vers 1:
“O Here, verhoor mijn smeken.
Haast bezweken
roep ik, ver van U vandaan.
Sla toch acht op mijn gebeden,
leid mijn schreden,
dat ik tot U op kan gaan.”
Piet, voor jou, wat je nú mag beleven én mag begríjpen,
maar ook voor ons en in het bijzonder voor Joke en de kinderen, Psalm 61 vers 3:
“Laat mij als een kleine vogel
schuilen mogen
waar G' uw vleugels om mij slaat.
Want Gij weet wien ik mij wijdde,
dat ik zeide:
Heer, Gij zijt mijn toeverlaat!”
Piet, ik zal je blíjven missen,
maar nu is ’t toch beter,
zo is ‘t goed.