Geest-drift

Vrede…

Efeze 6 vers 11 en 12a: “Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk…”
We dachten: och, we kunnen de legers wel afschaffen, we zijn té beschaafd geworden om oorlog te voeren, maar we zaten er faliekant naast! Hóe waar zijn die oude woorden van Paulus geworden! En zeg nou zelf: het is nooit anders geweest! Altijd vrede? We maakten onszelf en elkaar blij met een dooie mus!
Het ijzeren gordijn is weg, maar de dreiging uit het oosten is er nog steeds, of opnieuw. De grootste westerse macht, tot voor kort onze bondgenoot, is tot een onberekenbare bananenrepubliek verworden. Het verre oosten is intussen een dreigende handelspartner.
Jezus had het ook al voorspeld, misschien wel op de kop af 2000 jaar geleden. In Mattheüs 24 vers 6-8 lees ik: “U zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen; pas op, word niet verschrikt, want al die dingen moeten gebeuren, maar het is nog niet het einde. Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen. Maar al die dingen zijn nog maar een begin van de weeën.”
We proberen elkaar nog steeds wijs te maken dat oorlog een ver-van -mijn-bed-show is. Is dat terecht, met oosterbuurman Poetin als sluwe verknipte gast en overbuurman Trump als wispelturige olifant in de wereld- porseleinkast? En intussen is Europa nationaal en internationaal aan het kissebissen en twijfelen: wat te doen tegen onberekenbare alleenheersers, die drie stappen verder zijn voordat het eerste besluit in Europa genomen is?
En dan hebben we nog onze eigen oorlogjes, ik noemde ze laatst al: in gezin, familie, kerk, of een oorlogje in je eigen hart, tegen jezelf, of… tegen God.
Jezus had het over weeën. Paulus schreef ergens anders over barensweeën:

1 Thessalonicenzen 5 vers 3: “Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten.”
Barensweeën: die zijn niet zo prettig. Ik zal er als man niet te veel over zeggen: het is even doorbijten, soms zelfs lang pijn lijden, maar dat ben je in één seconde vergeten als er een wolk van een baby in je armen ligt! Dat heb ik als vader óók mogen beleven: óns kind, óns vlees en bloed, de samensmelting van ónze liefde, door Gód gegeven, de kroon op Zíjn schepping! Wie zeurt er dán nog over barensweeën?
Maar wát hangt er allemaal nog boven ons hoofd?
Er is er Eén die het weet.
En hoe loopt dat allemaal af?
Dát mogen we allemáál weten.
En voor die tijd? En dan? Wéér die Paulus! In Filippenzen 4 vers 6 en 7 schreef hij:
“Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle
begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Jezus Christus.”
Dus: hoe dan ook vrede… in ons hart!