Geest-drift

Jeuk…

Mattheüs 6 vers 19-21: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar dieven niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”

Heb jij dat ook weleens: plotseling vreselijke jeuk? Ineens móet je krabben, of je wil of niet, juist als het ongelegen komt! Ik heb het altijd als ik een kippenpoot afkluif en baggervette vingers heb: onbedaarlijke jeuk aan mijn neus, ik kán er níet afblijven! Of zoals een beer die met ontiegelijke jeuk zijn rug langs een boomschors schuurt. Ik googelde en kwam tot de onthutsende conclusie dat ze op die manier communiceren: ze geven daarmee aan elkaar door dat ze geslachtsrijp zijn!
Zoiets gebeurt er ook met een iPhone: je ziet het overal gebeuren: midden op de stoep, bij de kassa, midden in het winkelcentrum, tijdens het uitschuifelen van de kerk… op de fiets… achter het stuur van de auto…  er trilt of bromt iets en alsof men door een wesp gestoken wordt: men móet inééns aan die telefoon pielen! Heel de wereld wordt vergeten, alléén dat schermpje bestaat nog: wát is er aan de hand, wát had ik bíjna gemist!
Waarom jeuken nu ineens mijn handen en móet ik het hier wéér over hebben?
Iemand vroeg naar mijn 06-nummer, want ik was even onbereikbaar geweest. Mijn antwoord was: “Dat heeft weinig zin, want ik heb mijn mobieltje haast nooit bij me.” Ik hoorde aan de andere kant een toon van onbegrip of irritatie. Vandaar.
We denken tegenwoordig te gauw: als er nu eens… Nou en? Wanen wij ons echt onmisbaar of houden we onszelf voor het lapje en zijn we bang dat we iets missen. Of is het een gevoel van onzekerheid als je dat ding even níet bij je hebt? Als er nu eens… of: als ík nu eens…
Telefoon in de kerk: alleen voor de schriftlezing? Of toch ook om even tussendoor een paar appjes te lezen? Ja, de duivel heeft hiermee weer een voet tussen de kerkdeur!  
Ik heb, Goddank maar vierenhalf jaar, bij een drukkerij gewerkt waar ik 24/7 bereikbaar moest zijn voor diverse alarmen en storingen. Het gebeurde soms dat ik ineens in wilde paniek om me heen greep: wáár is mijn telefóón! Ik was al die tijd geterroriseerd geweest, door dat onding! Het was een té zware belasting!
Ja maar, zo erg is het bij míj niet, ik kan mijn telefoon best missen!
Ja, echt? Wees nou eens eerlijk: ís dat wel zo? Dúrf je wel zonder, kún je wel zonder? Ga eens een uur alléén wandelen, zonder telefoon… “Ja, maar…” Néé, niks ja maar, gewoon dóen!
Vertrouw op jezelf, vertrouw op God. Hoor je dat… het is stil…
God komt niet in een storm. God komt juist in de stilte… sst…
“Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God,
van Hem is mijn heil;
waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil,
mijn burcht; ik zal niet te zeer wankelen.”
………  
Geagiteerd: “Hé, waar zat jij? Je telefoon ligt…”
Doodkalm: “Is er iets gebeurd? Ik was alleen even weg,
hoezo… ach, laat ook maar,
nee, wég die telefoon,
ik wil met je práten!”