Geest-drift

Vrede op aarde…

 

Jesaja 7 vers 14 en 15: “Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven. Boter en honing zal Hij eten, totdat Hij in staat is het kwade te verwerpen en het goede te kiezen.”

Wij schrijven Ieper, België, precies 110 jaar geleden: Kerstavond 1914. De Duitsers en geallieerden liggen tegenover elkaar in de loopgraven. In de paarhonderd meter niemandsland ertussen verschijnt een lichtje, en nog een, en nog een. De geallieerden turen argwanend over hun geweerlopen. Wat ís dit, een valstrik? Er verschijnen soldaten, zwaaiend met beide armen en roepend: ze horen zoiets als ‘Weihnachten’. De Duitse soldaten willen Kerstfeest vieren, mét hun vijanden! Ze vinden gehoor: er wórdt Kerstfeest gevierd, er worden cadeautjes, eten en sigaretten uitgewisseld, ze zingen, samen ‘Stille Nacht’, Engels en Duits door elkaar. Tot slot begraven ze gezamenlijk de lijken van de slachtoffers in het niemandsland tussen de linies. Dan keren ze terug naar hun eigen loopgraven en spreken af: nú niet schieten, morgen pas. De volgende ochtend klinkt het eerste schot. Van wie? En dan…
Hoe bizar wil je het hebben? Een waargebeurd verhaal, er was éven vrede, de hoge Pieten vertrouwden die rare situatie niet en dreigden met executies van dienstweigeraars: straks wíllen ze niet meer vechten!
We zingen elk jaar met hart en ziel in het ‘Ere zij God’: “Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.” Vrede op aarde? Ik geloof er niet in. We kúnnen het niet, of wíllen het niet? Het lukt niet eens in één land, het lukt niet eens in één straat, het lukt niet eens in één familie, het lukt niet eens in één gezin, het lukt niet eens in één kerk…
Toch brengt Jezus vrede. Nee, niet op aarde, niet op déze aarde: wij onder elkaar, daar geloof ik niet in. Jezus brengt wel vrede in ons hart: in jouw hart, in mijn hart. Jesaja had het al 800 jaar eerder geprofeteerd en beschreven in Jesaja 9 vers 5: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.”
Maar vrede o déze aarde, wij onderling, nu? Ik geloof er niet in. Wél vrede in ons hart, vrede tussen God en ons, want Jezus is onze Verlosser, lees maar na in 1 Timotheüs’ 2 vers 5: “Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.”
Mag ik het zo zeggen: je hebt verticale vrede en horizontale vrede. Met die verticale vrede komt het wel goed, of ís het al goed, maar die horizontale vrede, op déze aarde, nu? In Jesaja 9 vers 4 staat: “Ja, elke laars, stampend met gedreun, iedere soldatenmantel, gewenteld in bloed, zal verbrand worden, voedsel voor het vuur.” Vrede, wij onderling? Ik geloof er niet in, ik denk pas na Zijn wederkomst.
Maar toch: een Kind is ons geboren: het Kind van de vrede. Dat Kind weet ervan hoe er geleden is in die loopgraven, van welke oorlog dan ook.
Dat Kind weet ervan hoe jíj lijdt in jóuw loopgraaf!
Weet je, dat Kind stierf tenslotte aan een kruis,
daarom begrijpt Hij
hoe jíj lijdt in jóuw loopgraaf…
Ik besluit met Filippenzen 4 vers 7b: “… de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.”
Dat is échte vrede, géén vrede op aarde,
wél vrede in jouw hart:
vrede met God.