Tijd…
Prediker 3 vers 11: “Hij heeft alles op zijn tijd mooi gemaakt. Ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens het werk dat God gedaan heeft, van het begin tot het eind kan doorgronden.”
Weet je wat het mooiste wit is? Zout buiswater met de zon erop.
Er hangt een foto in de kamer van het schip waarop ik geboren en getogen ben. Het tafereel speelt zich af dichtbij het Hellegat, Zeeland. Op diezelfde plek ligt nu een geasfalteerde bult zand die Hellegatsplein heet en waar auto’s overheen razen. Er staat zeg maar een stijve bries en de tjalk duikt met zijn robuuste kop in een flinke golf: een brede waaier buiswater opwerpend, bijna zo hoog als de mast. De bijna ondergaande zon is net buiten beeld, dat betekent: een tegenlichtopname, dus: zout buiswater met de zon erop! De foto is in de zomer van 1958 genomen, dus ruim 66 jaar geleden.
Ik kijk er met genoegen naar en de afbeelding fascineert me: 1/60 seconde van ruim 66 jaar geleden: al lang geschiedenis, maar toch voor altijd bevroren in die ene foto. Ik kan erbij weg mijmeren: dat buiswater bestond uit miljoenen waterdruppeltjes. Waar zijn die allemaal gebleven? Laten we er ééntje uitpikken, uit die 1/60 seconde, 66 jaar geleden. Die druppel viel natuurlijk terug, wel of niet via het dek, in het water. We voeren voor stroom, in dit geval met de eb mee, dat deed je toen altijd: ‘op tij varen’, daar won je snelheid mee. Nu hebben ze daar geen tijd meer voor. Die druppel is dus met de eb naar zee gestroomd en zwerft misschien ergens in de zeven zeeën rond. Of hij is verdampt: opgestegen in een wolk, naar het land gewaaid en naar beneden gevallen, als regendruppel op jouw neus? Of op IJsland gevallen en daar spuit hij op dit moment uit een Geiser? Of als sneeuwvlok op de Himalaya, in de eeuwige sneeuw terecht gekomen? Eeuwige sneeuw ís niet eeuwig, dat sijpelt ooit als water uit een gletsjer in een rivier, en stroomt weer naar de zee... Eigenlijk is water wél eeuwig: het kan veranderen in sneeuw, ijs of stoom, maar het blíjft water! Prediker: “Alle rivieren gaan naar de zee, toch raakt de zee niet vol… Alle dingen zijn zo vermoeiend…”
Ik schetste een idyllisch plaatje, maar die wereld van vroeger was ook niet ideaal: toen ome Jan op de stuurhut klom om die foto te maken, schopte hij per ongeluk een ruit in. Juist daardoor herinner ik me dit voorval nog terwijl ik nog maar vijf jaar was.
Ouder worden brengt vanzelf meer herinneringen… en minder toekomst?
Nee! De mooiste toekomst komt steeds dichterbij: de eeuwigheid! Het staat allemaal in het boek Prediker: wat is flauwekul en waar gaat het écht om: “Ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd…” Wij kunnen het niet begrijpen, maar we mogen het wel in verwondering geloven en straks beleven: hoe is het toch mogelijk!
Het boek Prediker is natuurlijk niet de hele Bijbel, er staat nog veel meer in! De kleine lettertjes onderaan de bladzijde van mijn Bijbel verwijzen naar Psalm 37 vers 29: “De rechtvaardigen zullen de aarde bezitten en voor eeuwig daarop leven.” Zíjn wij dan gerechtvaardigd? Ja, via ‘zoeken HSV’ vond ik in Romeinen 3 vers 23 en 24: “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.”
Hoe prachtig! Een gouden toekomst!
Doe vooral rustig aan, we hebben de tijd:
weet je, éigenlijk is de eeuwigheid al begonnen…
ik zie je, in de eeuwigheid!