Keesje…
Psalm 119 vers 105: “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.”
Heb je de troonrede gevolgd? Wij doen het net als met koningsdag: we kijken naar het journaal, dan hebben we het belangrijkste gezien. Het zag er desolaat uit: de
toehoorders ver uit elkaar, stemmige kleding, weinig hoedjes en gelaten gezichten. Niet in de Ridderzaal, zoals we gewend zijn, maar in een kerk, Gods huis, vandaaruit hoort het Evangelie te klinken! Niet alleen de entourage, maar ook de boodschap met een kleine letter stemde niet tot vrolijkheid: getekend door de coronacrisis. De miljarden worden met tientallen tegelijk rondgedeeld om onze haperende samenleving nog enigszins overeind te houden. Wie gaat dit allemaal weer ophoesten? En ook het ‘Hoera’ van de voorzitter van de Eerste Kamer droeg niet echt bij aan de feestvreugde.
Dan de klimaatsveranderingen: hitte, droogte, bosbranden, overstromingen, oceanen vol plastic: het loopt uit de hand. Er wordt voorspeld dat er in 2050 vijf keer zoveel plastic geproduceerd wordt dan nu! Wat voor wereld laten we voor onze (klein)kinderen achter?
De groeiende sociale kloof tussen arm en rijk in Nederland en vooral wereldwijd: bij ons gaat het om wel of geen luxeleven, mondiaal praat je over wel of geen eten en onderdak, kortom écht de eerste levensbehoeften. Er zijn nu wereldwijd bijna tachtig miljoen vluchtelingen!
En natuurlijk hebben we ook onze eigen problemen: ja, velen toch ook financieel, maar vooral onze gezondheid, eenzaamheid, gebroken gezinnen, verlies van een geliefde. Ben ik nu te negatief door alleen maar ellende te berde te brengen? Natuurlijk zijn er nog steeds genoeg redenen tot dankbaarheid, leuke en zelfs vrolijke zaken te melden, maar toch…
Er schiet me een verhaaltje van een dominee te binnen over Keesje, een ventje met slechte ogen en een brilletje met dikke brillenglazen. Op een kwade dag moest Keesje in de stromende regen naar huis fietsen. Gelukkig kwam zijn vader hem ophalen en zei: “Kijk maar naar mijn achterlicht en fiets daar achteraan.” Dus Keesje fietsen, én dat achterlichtje in de gaten houden, dat moest hij niet uit het oog verliezen, want dan was hij verloren! Keesje zag bijna niets door zijn dikke natte brillenglazen, maar hij vertrouwde op zijn vader en volgde dat achterlichtje blindelings; zo kwam hij toch veilig thuis!
Is dit de oplossing? Nee, we kunnen niet blindelings dat rode lampje blijven volgen, maar we mogen wel om hulp vragen en dan antwoordt God: in Genesis 28 vers 15 lees ik: “En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb!” Deze Bijbeltekst staat in het verhaal van Jacob in Bethel. Met Jacob ging het ook niet geweldig, maar hij kreeg een prachtige droom waardoor hij bemoedigd werd. Hij zag de jakobsladder zoals wij die soms zien als de zon langs de wolken schijnt: een teken van Gods trouw, net zoals de regenboog.
In Mattheüs 28 vers 20 zegt Jezus: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen” Dat is een belofte die er niet om liegt!
Volgens Psalm 119 hebben we Zijn woord als een lamp, een licht op ons pad: dus Bijbellezen, elke dag! Dus die Keesje was zo gek nog niet…
Gezang 230 (bundel '38):
“Leid, vriend’lijk licht mij als een trouwe wacht, leid Gij mij voort!
‘k ben ver van huis en donker is de nacht, leid Gij mij voort!
Schoon ook de toekomst mij verborgen zij,
licht stap voor stap mij met Uw schijnsel bij.”