Geest-drift

Ik roep…

“Laat m' in U blijven, groeien, bloeien, o Heiland, die de wijnstok zijt!
Uw kracht moet in mij overvloeien, of 'k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij, opdat ik waarlijk vruchtbaar zij.”
Ik citeer mezelf uit een Nieuwsbrief van negen jaar geleden:
“Onze zoon Erik woonde nog thuis en had in de krant gelezen dat er op zaterdag in de Hervormde kerk van Strijen een open dag was vanwege het mooie orgel dat ze daar hebben. Misschien was het wel gerestaureerd, maar dat weet ik niet meer. Erik had daar wel belangstelling voor, dus wij op die zaterdag naar Strijen. Na een praatje met de organist werd Erik uitgenodigd om eens wat te spelen. Behalve een heleboel belangstellenden die in de kerk zaten of wat rondliepen, stonden er twee organisten-op-leeftijd boven bij de organist te keuvelen en commentaar op het orgelspel te leveren. Erik koos Gezang 78: “Laat m’ in U blijven groeien, bloeien” en maakte er een prachtige improvisatie van. Hij begon heel zacht en bouwde dit geleidelijk uit. Die twee bejaarde organisten voelden al gauw aan waar hij heen wilde en begonnen de registers te bedienen. Zie je het voor je? Erik spelen en die twee ouwe knakkers aan de schuiven trekken en duwen, registreren heet dat met een moeilijk woord. Het begon dus heel zacht, zwol allengs aan tot bijna alle registers open stonden en het machtig geluid door de kerk en mijn ziel daverde en daarna weer geleidelijk terug naar een enkel fluitje of zoiets. Prachtig, dat samenspel tussen die twee oude mannen en Erik. Ze kenden elkaar niet eens en er was een verschil van twee generaties! Mag ik vaststellen dat de Heilige Geest hier een handje had geholpen? Hij hielp met het groeien en bloeien! Toen het stil was, klonk er applaus op uit de kerk. Ik schoot echt even vol, omdat ik geraakt was door het orgelspel, maar ook wel een beetje uit trots, dat mag toch wel even?” Erik raakt me altijd dieper dan andere organisten. Omdat hij mijn vlees en bloed is? Omdat ik dezelfde genen heb? Ik weet het niet, maar ik voel zijn orgelspel tot in mijn botten.
En nu… och laat maar. We zongen zondagochtend dat lied, vandaar… het maakte wat in me los.
Zo, de kogel moet maar eens door de kerk, de stoom moet eraf, ander barst de ketel. Ik heb ook geen zin meer in list en bedrog tegenover vrienden en bekenden.
We hebben Erik en zijn gezin al twee jaar niet meer gezien en ik heb Erik twee jaar niet horen spelen. Ons eigen vlees en bloed! Je hoort vaak: “Het ergste wat je kan overkomen is je kind verliezen aan de dood.” Ik weet niet wat erger is. En waarom? Laten we het maar op wederzijdse misverstanden houden.
Onze slotzang was vanavond: “God roept ons broeders tot de daad.” Wij zongen het uit de bundel ‘Hemelhoog’, daar staat: “God roept ons allen tot de daad.” Jawel dames, jullie dus ook! Hij klopt, kom maar eens uit je bunker! In het laatste vers zongen we:
“God roept, en wat de mensen scheidt, dat zij geen scheiding meer;
Zijn liefde houdt ons allen saam en samen met de Heer.”
God roept! God de Vader.
God roept! God de Heilige Geest.
God roept! God de Zoon, onze Heiland:
“Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.”
Zie, wij staan aan de deur en wij kloppen…
want het doet zo ’n pijn!