Geest-drift

Mijn ziel…

 

Numeri 6 vers 24-26: “De HEERE zegene u en behoede u!
De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig!
De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede!”
Ik las een indringend boek over de ziekte van Alzheimer: “Het hart wordt niet dement” van Huub Buissen. Een aanrader! Het gaat over het hoe en waarom van gedrag en gevoelens en de omgang met de getroffene en met jezelf. Ik had eerst geschreven ‘de omgang met de patiënt’, maar dat klinkt te klinisch, want het gaat vaak om een naast familielid, of meestal je levenspartner, de liefde van je leven! Je wil samen oud worden, maar…
Een van onze beste vrienden lijdt aan Alzheimer, een andere vriend is er aan overleden. God lijkt willekeurig in het verdelen van onheil, hoe kan dit toch?
“God laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.” Toch lijkt het of de een veel meer op zijn bord krijgt dan de ander. Heb je het er dan naar gemaakt? Dat dachten de vrienden van Job, maar nee, zo is het niet! We moeten het hier mee doen: door de zonde ‘in het algemeen’ kwam er ziekte en dood in de wereld, ook ‘in het algemeen’. Hoe dat verdeeld is? Daar moeten we afblijven! De duivel gaat rond als een brullende leeuw en probeert ook ongeloof en tweestrijd te zaaien!
Ik had het over twee vrienden, dus: leeftijdsgenoten! Ziekte en dood komen steeds dichterbij! Soms bekruipt de angst mij: ik kan het ook krijgen…
Ik ga niet nader in op dementie. Ik ben geen psycholoog en ben bang dat ik ervaringsdeskundigen voor het hoofd stoot. En dan denk ik vooral aan de meest naaste van de zieke, want misschien lijdt jij het meest!
Ik blijf maar bij jou, dat is al ingewikkeld genoeg. Het boek heet dus: ‘Het hart wordt niet dement’. Ik had liever gezien: ‘De ziel wordt niet dement’, maar geloof speelt in dit boek geen rol. De ziel, daar kunnen wij iets mee. ‘De ziel’ is eigenlijk ‘de mens’, soms niet (meer) met verstand, maar nog steeds met emoties, dus een mens!
Ik denk aan een nicht van mij: ze verloor haar moeder aan Alzheimer. Die moeder was een lieve vrouw van karakter en dat bleef ze tot het einde toe. Ze konden met haar kroelen en daar genóót ze van. Die nicht zei later: “Ik moest twee keer afscheid nemen: eerst van haar verstand, later van haarzelf.” Toen ze stierf, verdween haar ziel: de lieve vrouw. Haar ontzielde lichaam, haar stoffelijk overschot bleef achter, zoals eens bij elke sterveling.
Dus de ziel is het mens, jij en ik, en ook hij, al weet hij nergens meer van!
Ik denk aan Psalm 121: daar belooft God: …”uw ziel zal Hij bewaren.” Wij mogen God aan die belofte herinneren. Vroeger zongen we in Psalm 81 Gods eigen woorden: “Opent uwe mond, eist van Mij vrijmoedig op Zijn trouw verbond.” Wij hebben er recht op, door Jezus Christus!
Ik denk ineens aan Psalm 62 vers 2 en 3 (NBG) Die woorden staan in mijn ziel gegrift, uit mijn blote hoofd: “Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil; waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, ik zal niet te zeer wankelen.”
Er komt nog een stokpaardje van me naar boven, weet je wat? Ik trek nu alle registers open:
Filippenzen 4 vers 7:  “…de vrede van God, die alle begrip te boven gaat…”
mag ik zo vrij zijn: des te meer: de vrede van God die al het ónbegrip te boven gaat!
“…zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. Amen!
Maar…
o, mijn God,
help ons toch!