Zó lief…
Genesis 27 vers 4: “Ezau haatte Jakob om de zegen waarmee zijn vader hem gezegend had, en Ezau zei in zijn hart: De dagen van rouw over mijn vader naderen; dan zal ik mijn broer Jakob doden.”
Het was weer goed mis in het Midden-Oosten. Er werd aan het begin van het journaal gewaarschuwd voor schokkende beelden en berichten. Juist dan kijk je met extra aandacht: wat hebben ze nu weer voor verschrikkelijks?
Er was geen woord Spaans bij: broederhaat in het Midden-Oosten, van twéé kanten dus! Oog om oog, tand om tand! Het is daar heel de geschiedenis van de Bijbel al bakkeleien: al duizenden jaren dus, tot op de dag van vandaag!
Het is niet met zekerheid te zeggen of de Palestijnen direct van Ezau afstammen, maar de Palestijnen en Israëlieten hebben wel dezelfde gelaatstrekken, dus toch: broeders! En dat is broedermoord, lees maar na in 1 Johannes 3 vers 15: "Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar; en u weet dat geen moordenaar het eeuwige leven blijvend in zich heeft.”
De beelden en woorden op dat journaal waren mensonwaardig, maar mensen zíjn dat vaak! ‘Mensonwaardig’, volgens van Dale: “Niet te verenigen met menselijke waardigheid.” Hééft de mens sowieso waardigheid? Soms lijkt het erop, maar vaak schatten we onszelf te hoog in.
Wij, in het moderne nette westen, dachten dat we de legers wel af konden bouwen, want wij waren té beschaafd geworden voor oorlog. Men is er intussen op teruggekomen: de ministeries van defensie investeren de laatste tijd meer dan ooit!
Dat journaal liet het weer eens zien: overal waar anarchie heerst, door oorlog of opstand of wat dan ook, daar komen vreselijke excessen voor. Dat zit in de mens! Ik denk weer eens aan het doopformulier: “In zonde ontvangen en geboren…” Het ís zo!
Zou dat kwaad ook in míj zitten? Ik zag gisteren een visser een paling uit de Noord hengelen. Het beest kronkelde over de straatstenen en had het haakje ingeslikt. Toen de worsteling met dat haakje begon, heb ik mijn hoofd afgewend en ben gauw verder gefietst. Maar toch… waarom zouden mensen in oorlogsgebieden dat kwaad hebben en ik niet? Ben ik soms beter?
Wij bidden “…zoals ook wíj vergeven onze schuldenaren.” Dóen we dat ook?
Ik citeerde zojuist: “Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar…” Zo kan ik nog even doorgaan: ieder die zijn broeder haat, ieder die zijn kind haat, ieder die zijn ouders haat. Ieder die zijn ex haat…
Je kan je geliefde, of je eigen vlees en bloed, kwijt raken aan de dood, maar ook aan het leven. Soms denk ik: wat zou erger zijn… Verliezen aan de dood: daar kun je, met Gods hulp, vrede mee krijgen, maar in al die andere gevallen…
Maar toch… haat heeft niet het laatste woord! Ik kom maar weer eens met Johannes 3 vers 16: “ Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”
Zó lief heeft God óns, zó lief heeft God Zijn volk. Zó lief heeft God de Palestijnen. Zó lief heeft God de Russen en de Oekraïners, ieder die in Hém gelooft, dat wel…
Ieder die zijn naaste haat…
Maar toch: zó lief heeft God…
jou en mij!
Goeie genade!
Maar dan moeten wij…