Vakantie 8: En ik zag…
Openbaring 21 vers 1: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was niet meer.”
We ‘hielden zondag’ een kilometer of 80 ten noorden van Bordeaux, langs de Gironde: een brede zeearm, zoiets als de Westerschelde. Bordeaux is geen bruisende havenstad: ik zag in anderhalve dag één coaster en twee grotere zeeschepen langskomen. We hadden zicht op een mini-kaap: een krijtrots van pakweg 20 meter hoog, ongeveer 200 meter in zee uitstekend. De zee vind ik altijd fascinerend: het panorama verandert voortdurend: elke minuut van de dag, elk tij, dat de maancyclus brengt, elke dag van het jaar, elke… tot in eeuwigheid?
Ik zat met de verrekijker van mijn vader te spelen, die hangt aan het dashboard. Die zal ongeveer 65 jaar oud zijn: ik herinner me nog dat hij hem gekocht heeft. Die verrekijker heeft een jaar of twintig bij het stuurrad gestaan. Ik hoor nog de klap waarmee mijn vader hem na gebruik neerzette: ik zie nu de deuk, waar hij blijkbaar altijd het eerst landde.
Ik keek over de krijtrots, waar de ondergaande zon net achter verdwenen was. Het ronde beeld van mijn verrekijker werd begrensd door een oude boomstam met een kromme tak en een jong boompje ernaast: ze vormden samen met enige fantasie een poort. Er ontplooide zich voor mijn ogen een betoverend schouwspel: achter die poort keek ik door een gat in de bewolking en ik zag als het ware de zee in de prachtigste zachte tinten: het zonlicht glinsterend op die golven. Het fascineerde me dermate dat ik mijn ogen er niet vanaf kon houden. Die zee bewoog eerst niet, maar veranderde wel heel langzaam: geleidelijk werd het kalme wateroppervlak een ziedende zee: of ik met windkracht tien op de pier van Hoek van Holland stond, maar zonder die wind te voelen en te horen, waardoor het als een droom leek: heel realistische beelden, maar toch heel mystiek!
Weer later veranderde die woeste zee in een vredig landschap met harmonische pasteltinten: roze, blauw en geel. Ik keek echt door dat ‘gat’ in de bewolking naar een andere wereld!
In de Bijbel staat: “en de zee was niet meer.” Met ‘de zee’ wordt de dood en het lijden in deze wereld bedoeld. Ik geloof zeker dat de ‘echte’ zee wel in die nieuwe wereld zal zijn.!
Toen nam de verder zakkende zon in kracht af, misschien kwam er een wolk voor: mijn wondermooie uitzicht veranderde plots in een grauw bewolkte werkelijkheid. Ik zat weer gewoon in de bestuurdersstoel van de camper met die oude verrekijker op schoot: het sprookje was uit.
Sprookje? Uit? Nee, helemaal niet! In Romeinen 8 vers 22 schrijft Paulus: “Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.”
Wij zuchten nu nog in een wereld die verre van ideaal is, toch? Maar dat gaat veranderen! Die barensweeën zullen pijn doen, maar wie zeurt daar nog over als je het grootste wonder van Gods schepping: een prachtige baby, in je armen mag sluiten? Je ziet altijd geboortekaartjes met zoiets als: ‘Met dankbaarheid en grote vreugde’, of woorden van gelijke strekking. We spreken niet voor niets over ‘blijde verwachting’. Aan die pijn denken we niet meer!
De Openbaring van Johannes gaat plaatsvinden, die belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde hebben we en houden we!
Weet je wat ik nu bedenk? Dit verhaal schrééuwt om de laatste twee verzen van de Bijbel:
“Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen Ja. Ja, kom, HEERE Jezus!
De genade van onze HEERE Jezus Christus zij met u allen.
Amen.”