Geest-drift

Uw wil geschiede…

 

Psalm 127 vers 1: “Als de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen zijn bouwers eraan; als de Heere de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.”
Soms vallen er ineens op wonderlijke wijze een paar puzzelstukjes in elkaar. De tekst hierboven kreeg ik van een dominee aangereikt en haakte zich in me vast. Toen ik vanochtend ‘op internet zat’, kreeg ik ineens een berichtje op mijn scherm over het Urker mannenkoor ‘Hallelujah’ en het lied ‘Lichtstad met uw gouden poorten’. Ik kon het niet laten: even tussendoor dat mooie lied. Er hing een botter van minstens een meter middenin de kerk die ik kende: ik ben één keer in mijn kindertijd op Urk naar de kerk geweest en daar hing een botter aan het plafond! Het bleek in dat filmpje om het slotnummer van een concert te gaan, de dirigent riep: “Wie moet er dirigeren: Willem Hendrik of ik?” De naam van Willem Hendrik werd gescandeerd. Het bleek om een koorlid met het syndroom van Down te gaan: hij kwam naar voren en nam het dirigeerstokje over. Wat deed hij dat enthousiast, maar… och arme, wist híj veel: het publiek kon deze kraker met de ogen dicht zingen en zíj leidden de dirigent!
Oei, denigrerend? Nee, zelfkennis! Hoe vaak proberen we ons eigen leven te dirigeren? Hoe veel zorgen maken wij ons? Denken wij niet steeds: hoe moet het nou verder, terwijl God het allang weet? Waarom vertellen we in onze gebeden de Allerhoogste voor de zekerheid maar vast hoe Hij onze problemen moet oplossen? We moeten op Hem vertrouwen!
Ook Jezus, de mens, probeerde het in Gethsémané, in Mattheüs 26 vers 39 lees ik: “Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan.” Maar Jezus, onze God en Verlosser, verbeterde zichzelf meteen: “Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”
Ik schreef: ‘Maar… och arme.” Wás de reservedirigent zielig? Welnee, beslist niet! Willem Hendrik dirigeerde de sterren van de hemel, hij ging bijkans uit zijn dak! Ik dacht aan Herman Finkers die met zijn gehandicapte neef Hans een bedevaartstocht naar Rome maakte en op audiëntie bij de Paus ging. Hij sprak over zijn neef: “Hoe puur en eenvoudig hij denkt, hoe hij zorgeloos van de mooie momenten in zijn leven geniet.” Herman vergeleek ons ‘wijzen’ met hem en merkte op: “Wij zijn gehandicapt door ons verstand.”
In de avonddienst had de voorganger het over Prediker 9 vers 7-9: “Ga uw weg, eet uw brood met blijdschap, drink uw wijn met een vrolijk hart…” Ik kwam uit op twee zinnen uit het gebed des Heeren: “Geef ons heden ons dagelijks brood” en “Uw wil geschiede”. Willem Hendrik geniet van het dagelijks brood van vandaag en tobt niet over de dag van morgen, “Uw wil geschiede” komt niet eens in hem op, want dat ís zo! Hoe aarzelen wij bij een condoleancebezoek of begrafenis: wat moet ik zeggen? Hij stond eens bij een open graf, keek de meest nabije nabestaande aan en zei: “Jammer, hè?”
Bij ons ligt het iets moeilijker: uit vertrouwen en daarom volmondig zeggen: Uw wil geschiede!
God wil het ons leren en daar heeft Hij een mensenleven voor nodig…
Het is in de kerk behelpen zonder zingen, maar God zoekt andere wegen: we hoorden een lied van Kinga Bán, op zevenendertigjarige leeftijd overleden aan borstkanker, met het refrein:
“Leef met volle teugen.
Durf te leven met de dag.
Glimlach elke morgen,
er is iets moois dat op je wacht”
Allemaal puzzelstukjes, door God op zijn plaats gelegd…
Soms kun je al een beetje zien hoe die prachtige puzzel wordt!