Vakantie 4: Leidend licht…
Psalm 119 vers 105: "Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad."
“Ik krijg de TomTom niet aan.” “Wat zeg je?“ Ik weer: “IK KRIJG DE TOMTOM NIET AAN, Hij IS KAPOT!” Sophie, altijd praktisch: “Zouden ze bij de Intermarché TomToms verkopen?” Ik: “Misschien wel, maar hoe vind je een Intermarché?” Sophie: “Die staan toch in de Tom…”, ze keek verschrikt, “oei, we hebben een probleem!”
Het probleem in kwestie viel mee: een uurtje later, na een hoop gepiel, deed hij het weer. Intussen waren er al diverse doemscenario’s aan onze geest voorbijgetrokken! Zo’n ding is zó gemakkelijk: je kijkt op de kaart: “Dat is een mooie weg, met groen erlangs, dan toetsen we díe plaats in.” Vervolgens lijdt Truus, zo noem ik haar liefkozend, ons feilloos over dat weggetje naar die plaats. Heb je boodschappen nodig: je zoekt even in het bestand naar de dichtstbijzijnde supermarkt en ze leidt je er zonder mankeren naartoe!
Toen we de camper voor de vakantie aan het voorbereiden waren, kwam er een stel met een zoontje van een jaar of acht langs: “Hé, wat leuk: er staat Sela op je camper, jullie zijn christenen!” Ze noemden zichzelf zendelingen en leidden een zwervend bestaan, ze waren net terug uit Mexico. Hij had een stuk karton onder zijn arm met daarop: “Jezus houdt van jou.” Daarmee probeerden ze met mensen in contact te komen. Zij had een dikke buik van een maand of zeven. Ze hadden geen TomTom nodig: God wees hun de weg en zorgde steeds voor onderdak en eten. Ik ben altijd een beetje op mijn hoede met zulke enthousiastelingen. Hij riep om de haverklap: “Amén!” Ik ben ervan overtuigd dat hij dag in dag uit blij kijkt omdat God zó goed voor hem is. Mooi hoor, maar ik geloof daar niet zo in. God is goed, God dóet het goed, absoluut! Maar in het dagelijks leven: hoe vaak twijfel ik aan Gods hulp aan mij persoonlijk, ben ik boos of verdrietig over mijn lot, hef ik zelfs een gebalde vuist naar de hemel? Dan moet niemand aankomen met de kreet ‘God is goed’ of ‘amén’!
Ging het bij mij maar zó gemakkelijk, net als de TomTom, een stemmetje in mijn hoofd: “Neem de afslag, daarna de rotonde rechtsaf” of zoiets. Bij mij is het altijd wikken en wegen: wat wil ik, wat is het beste, wat zou God willen…
En toch, nu ik erover nadenk: belangrijke beslissingen, zoals met sollicitaties: dat heb ik nooit beslist, dat is zomaar op mijn pad gekomen zoals het kwam. Niet dat ik over al mijn banen enthousiast ben, maar wat vínden wij goed en wat ís voor ons goed? Dat is een lastige vraag!
Neem nou de partnerkeuze. Is er wel sprake van keuze? Welnee, het overkomt je, daar kun je niets aan doen! Oké, laten we eerlijk zijn: niet alle huwelijken lopen goed af. Allemaal vraagtekens waar we maar op één manier een uitroepteken achter kunnen zetten: God zit erachter! God is onze Pottenbakker: Hij vormt ons, maakt ons klaar voor het eeuwige leven!
Nu de tekst van hierboven: “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.”
Het komt aan op doorzettingsvermogen: de Bijbel lezen, erover lezen en bestuderen!
Ik bewonder Sophie om haar doorzettingsvermogen: zij is daar allemaal veel mee bezig, zij heeft daarin de zelfdiscipline die je nodig hebt.
Na alles wat ik meegemaakt heb mis ik de concentratie om me écht ergens in te verdiepen. Een A-viertje zoals dit gaat nog net, dan houdt het op. Een wat groter artikel uit de krant lezen? Dat moet ik in etappes doen! Ik moet de routeplanning grotendeels aan Sophie overlaten. Ik vertrouw haar volkomen, maar het doet wel zeer!
En die Bijbel? Het moet niet te lang worden, ook in de kerk niet, dan dwaal ik af.
Mijn God, weest Ú dan toch mijn leidend licht!