Vakantie 2: Geluk…
Prediker 1 vers 8 en 9: “Alle dingen zijn zo vermoeiend, dat niemand het kan uitspreken. Het oog wordt niet verzadigd van zien, het oor niet vol van horen. Wat er geweest is, dat zal er weer zijn. Wat er plaatsvindt dat zal weer plaatsvinden. Er is niets nieuws onder de zon.”
Gisteravond regende het al. Vanochtend kletterde het op de camper! Sophie is onverstoorbaar: zij staat gewoon om half zeven op, ja wij zijn óchtendmensen! Voor mij is het dan behoorlijk doorbijten: hup, nu eruit!
We hebben heel de dag in de regen gereden, soms kwam het met bakken naar beneden. Nu staan we op een leuk plekje… in de regen. En morgen? Ik weet het niet, mijn Frans is niet zo goed dat ik hier het weerbericht kan volgen. Regen is een behoorlijke aanslag op mijn gemoed. We reden maar door, omdat we toch niet uit de camper wilden.
Juist uren achter het stuur gaan mijn mijmeringen weleens verder dan gemiddeld. Ik dacht: vind ik dit nou leuk? Heb ik dit allemaal over voor een mooi fotoalbum? Dat kost wel héél veel armoe, én energie, én uithoudingsvermogen, én geld, én CO2-uitstoot! Deze gedachten zijn wel gekleurd door de regen en mijn gemoed, maar toch… heb ik niet gelijk?
De dorpjes die vandaag voorbijkwamen maakten een desolate indruk. In de regen verwordt de charmante Franse slag tot armoedige verkrotting: de grens tussen pittoresk en verpauperd is flinterdun. Of benadert deze donkere blik de werkelijkheid beter? Zien we tijdens een zonnige vakantie de wereld door een te roze bril? Er is leegloop en vergrijzing op het Franse platteland. Je ziet huizen die al jaren leeg staan en tekenen van verval gaan vertonen. De jongelui trekken naar de grote steden: het geluk achterna… dat wij in de vakantie in hún achtergelaten dorpen proberen te vinden! ‘Het geluk achterna’: je wilt het pakken, maar het ontglipt je steeds en je holt weer verder voor een volgende poging...
Het geluk achterna: zo ook de miljoenen gelukzoekers die uit bijna alle delen van de wereld naar het ‘rijke westen’ trekken. Ze zoeken het geluk dat ze hier denken te vinden, door de zonnige foto’s van vrienden die hen voorgingen: “Hier vonden wij het geluk!” Nou, ik denk het niet. Het gras is verderop écht niet groener!
Ken je het eerste gebod? En het tweede, hieraan gelijk? Over deze twee geboden las ik eens een rake opmerking: “Liefde is: Gods liefde inademen en naastenliefde uitademen.”
Elke avond, als we een rustig plekje gevonden hebben, hoor ik steeds een merel fluiten. Ik steek mijn vinger op en zeg tegen Sophie: “Hoor je mijn merel? Hij is ook gearriveerd.” Ik noem het míjn merel, alsof hij ons achterna vliegt. Het is natuurlijk steeds een andere, maar och, wat geeft het, hij zingt voor mij steeds zijn wondermooie liedje. Die vogel leert me steeds: geluk zit in je hart, geluk neem je mee, zoals je helaas ook je zorgen meeneemt, al reis je naar het einde van de wereld.
God gaf het ons ruim 42 jaar geleden mee in onze trouwtekst: “Welgelukzalig is hij, die Jacobs God tot hulp heeft.” Ik hoor en zie dominee Kleermaker in gedachten nog steeds met geheven wijsvinger: “Wél-gelúk-zálig!”
Geluk: je kan het overal ter wereld vínden, maar je moet er niet naar gaan zóeken, dat werkt averechts. Misschien is dit een troost voor mensen die niet op vakantie kunnen:
geluk kun je nérgens vinden. Je kunt het alléén krijgen:
“De vrede van God, die alle begrip te boven gaat.”
Lees maar na in Filippus 4 vers 4-7
Bid erom, dan kríjg je het!