Lijden…
Handelingen 26 vers 22 en 23: “…door de hulp die ik van God gekregen heb, sta ik tot op deze dag als een getuige tegenover klein en groot, en zeg ik niets anders dan wat de Profeten en Mozes gezegd hebben dat er gebeuren zou, namelijk dat de Christus moest lijden en dat Hij, als Eerste uit de opstanding van de doden, een licht zou aankondigen aan dit volk en de heidenen.”
We hadden vanochtend een prachtige preek van dominee Mark van Pelt over het lijden van Jezus, maar ook over óns lijden dat we allemaal weleens moeten ondergaan.
We zijn gauw geneigd ons eigen lijden zwaarder te vinden dan dat van anderen. Pas daarmee op, wíj kunnen dat niet vaststellen! Als iemand lijdt, hoe dan ook, reageer nooit met: “O, maar ik heb…” Ook niet met: “Dat had een tante van me, dus ik weet er alles van!” Ons persoonlijk lijden kan met een foute reactie al gauw een obstakel zijn tussen, zeg maar, de pastorale gever en ontvanger. Het kan zeker ook verwijdering geven tussen ons en God. We zijn niet allemaal zo sterk als Job, die in Job 1 vers 21 na alle onheilstijdingen zei: “De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen; de Naam van de HEERE zij geloofd!”
De preek ging over het Evangelie zoals beschreven door Markus. Dat Bijbelboek gaat vooral over het lijden van Jezus. Hij begint met de doop van Jezus, en dan de verzoeking in de woestijn: het eerste lijden. Juist bij Markus lees je vaak over de strubbelingen waar Jezus tegenaan liep, bijvoorbeeld: ruzie met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Je leest diverse keren dat Jezus Zich terugtrok vanwege de drukte. Er viel me zomaar een zin op: Markus 3 vers 20: “En zij kwamen thuis; en er kwam opnieuw een menigte bijeen zodat zij zelfs geen brood konden eten.” Daar zou ík dus niet tegen kunnen!
Hierboven staat dat Jezus móest lijden, we weten allemaal waarom. We weten ook dat wijzelf ook weleens of vaak lijden. Waarom? Daar is geen eenvoudig antwoord op te geven. Het lijden kwam in de wereld na de zondeval, dus kun je zeggen: “Eigen schuld, dikke bult.” Dat zeg je natuurlijk nooit tegen iemand die lijdt, door wat dan ook. Dat zeiden de ‘vrienden’ van Job: “Je zal het er wel naar gemaakt hebben.” Oe, oei, fout antwoord! Als iemand middenin een put zit moet je ook niet aankomen met: “Het is goed voor je, je wordt erdoor gevormd.” Dat ís wel zo, maar laat het ‘lijdend voorwerp’ dat alsjeblief later zélf ontdekken, alleen dán wordt het een verrijking! Kijk ook uit met opbeurende woorden: “Je moet flink zijn, het komt heus wel weer goed.” Hoopgevende gedichten zijn ook link. Ken je dat gedicht van die voetstappen in het zand? Ik schreef daar ooit over: “Hoezo voetstappen van God die me draagt? Als ik achteromkijk, lijkt het meer op het spoor dat een zeehond in het zand achterlaat”
Dat lijden van Jezus: wij kunnen daarvan de hevigheid nóóit bevatten. Het geeft wél een band: als er Íemand is Die ons lijden begrijpt dan is het Jezus! Moet jij diep? Hij ging nóg dieper, voor jou en voor mij!
Je hoeft het niet eens uit te leggen, lees maar na in Psalm 139: “HEERE, U doorgrondt en kent mij. (…) Al is er nog geen woord op mijn tong, zie, HEERE, U weet het alles.”
We mogen altijd schuilen bij Hem, uithuilen bij Hem: Hij geeft kracht en troost.
Ik besluit daarom met een zegen, Psalm 91 vers 2. Dat gáát over schuilen bij Hem:
“De Heer zal over uw bestaan
zijn sterke vleugels breiden.
Hij is, in trouw u toegedaan,
uw schild en pantser beide.”