Biddag…
Exodus 16 vers 19 en 20: “En Mozes zei tegen hen: Niemand mag ervan overlaten tot de volgende morgen. Maar zij luisterden niet naar Mozes en sommige mannen lieten ervan over tot de volgende morgen. Toen zat het vol wormen en stonk het.”
Onze vrienden van onder de Moerdijk hebben het al gehad, wij beleven het woensdag aanstaande: biddag voor gewas en arbeid. Hoezo biddag? We bidden toch elke dag? Dit schrikkeljaar zelfs een dag meer! Toch is het goed om er eens extra bij stil te staan dat we afhankelijk zijn van God en dat we nooit te veel bidden!
We bidden elke dag, hoop ik: “Geef ons heden ons dagelijks brood.” Is dat eigenlijk wel nodig? Het is niet voor iedereen een vetpot, er zijn hier best mensen die voorzichtig moeten zijn met hun uitgaven, maar ik denk dat níemand van ons weleens níet weet wat we morgen moeten eten, wat we onze kinderen moeten voorzetten. Ik denk aan de beelden uit de Gazastrook. Sinds de hongerwinter, tijdens de Tweede Wereldoorlog hoeft er in Nederland niemand honger te lijden. Dat is op andere plaatsen in de wereld wel anders! Waarom dan toch bidden om dagelijks brood?
Een eerste reden is dus: “Geef óns heden óns… ‘Ons’ is meervoud, ‘ons’ zijn onze naasten, ook ver weg, daar zijn mensen die doodgaan van de honger! Laten we eens bewust bidden dat ‘ons’ verder reikt dan ons eigen kringetje! En, eh… bid én werk, dus…
Ten tweede: vinden we het wel nodig om te bidden voor ons dagelijks brood? Dat hébben we toch? We hebben toch álles? We weten ons niet meer afhankelijk van God, tenzij we ernstig ziek worden, dán slaat de paniek toe en bidden we ineens de verfbladders van het plafond!
We moeten leren dat we altíjd afhankelijk zijn van God! Het leven gaat ons vaak te gemakkelijk af! Oorlog is dichterbij dan we denken, honger door ernstige droogte, of overstromingen zijn niet ondenkbaar!
“En heel de gemeenschap van de Israëlieten morde…” begrijpelijk, toch? Wij morren al als de aardappeloogst ‘mislukt’ is en de prijzen de (aardappel)pan uitrijzen, maar we eten er geen aardappel minder om!
Nu de Bijbeltekst hierboven: God zorgde voor Zijn volk, zelfs in die dorre woestijn. Ze mochten maar voor één dag manna rapen, ze moesten leren zich geen zorgen te maken om morgen: dan is er een nieuwe dag en zal God ook voor ons zorgen! In één woord: vertrouwen!
In Mattheüs 6 staat: ”Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen.” De Israëlieten hadden geen Mattheüs 6 en kregen daarom praktijkles: de volgende ochtend was alles wat ze overgehouden hadden bedorven, en God zorgde voor verse manna, elke dag opnieuw.
In Mattheüs 6 staat nog meer, daar staat eigenlijk álles: “Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.”
We moeten blíjven bidden voor ons dagelijks brood.
We moeten ook blíjven bidden om Gods belofte: “Uw koninkrijk kome.” Vanwege die éne zin in Psalm 121: “Uw ziel zal Hij bewaren.”
Want: “Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?”
Wees daarom niet bezorgd.
Laten wij bidden…
en niet vergeten te danken!
Niet alleen op dankdag…