Geest-drift

Het grote gebod…

 

Markus 12 vers 29-31: “En Jezus antwoordde hem: Het eerste van alle geboden is: Luister, Israël! De Heere, onze God, de Heere is één. En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Er is geen ander gebod groter dan deze.”

Het geloof is zo simpel, de Bijbel is zo duidelijk: twee geboden, beide even belangrijk. Als we ons daaraan houden, dan kan er niets meer misgaan. Mooi, toch?
Maar: het lukt ons niet eens ons aan deze twéé geboden te houden! Wat doen we eigenlijk met de Bijbel? We lezen erin, we bestuderen de Heilige Schrift, we doen er heel gewichtig over en hebben er een uitgesproken mening over… maar dan? We léven er niet naar!
Ik zie het overal gebeuren: oorlog, machtsstrijd: ik wil mijn gelijk halen, Wat? Ik héb gelijk! Ruzie met de buren, jarenlange familievetes, onenigheid in de kerk. En waar gáát het meestal over? Onbenulligheden, het middel is véél erger dan de kwaal: we verzieken elkaars leven ermee… Er is niets nieuws onder de zon, zegt Prediker.
Jezus citeert hierboven Deuteronomium 6, daar staat, vrij vertaald, ook: je moet het hier altijd over hebben! Dat is lastig. Je loopt het risico dat men denkt: daar heb je díe weer!
Ik zag eens op ‘de Belg’ een eerstehulppost van een ziekenhuis in Gent. Er werd een oude pastoor binnengebracht: een klein innemend mannetje met humor: je hield meteen van hem. Hij cijferde zichzelf helemaal weg: “Awel, ik ben maar een eenvoudig pestoorke, een ouw’ knechtje van Onz’ Lieven ‘Eer.” Hij droeg God op zijn tong en evangeliseerde onophoudelijk, op zo’n sympathieke en grappige wijze dat je wel móest geloven! “Ou uwen gemak maar wat, zusterke, misschien zit Onz’ lieven Éer wel op mij te wachten, dan doe g’ alles voor niks!”
Hij droeg ‘Dat Grote Gebod’ zó prachtig uit, hij had het geheel onbewust tot kunst verheven.
Weet je, ik werd jaloers van dat oude pastoortje: dat wilde ik óók, maar zó kan ik het niet.
Maar dat geeft niet: God had andere plannen, God gaf ons andere gaven, God gaf jou óók een gave, lees maar in 1 Korinthe 7 vers 7b: “… ieder heeft zijn eigen genadegave van God, de één op deze wijze, de ander op die wijze.” Weet jij je gave nog niet? Zoek het dan uit en dráág het uit op jóuw manier: dat Grote Gebod!


Jij!
Twee wetten,
één hoofdsom:
twee keer
een gebod.
Twee vragen,
één antwoord
uit liefde voor God.
Gods liefde:
gemeenschap,
elkaar zo nabij.
Wie ís toch
mijn naaste?
Allicht,
dat ben jij!