De splinter en de balk…
Lukas 18 vers 11-13: “De Farizeeër stond daar en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar. Ik vast tweemaal per week. Ik geef tienden van alles wat ik bezit. En de tollenaar bleef op een afstand staan en wilde ook zelfs zijn ogen niet naar de hemel opheffen, maar sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig.”
Wij zijn natuurlijk niet zoals die Farizeeër, wat een blaaskaak! Wij doen het véél beter dan hij, toch? Maar die tollenaar zit natuurlijk ook fout: hij steelt nota bene van zijn landgenoten! Dat doen wij natuurlijk niet!
Oei, nu ben ik een beetje pedant, geloof ik… Waarom genieten we eigenlijk van programma’s zoals ‘Ik vertrek’: we denken: wat een naïeve amateurs, dat ze daar intrappen! Of ‘het Familiediner’: waar gaat dat nou over? Wíj zouden er open over praten en dat probleem oplossen. En wat dacht je van de rijdende rechter! En genieten we ook niet heel stiekem of zelfs smalend van mensen, vooral de wat zwaardere geloofsgenoten, die een scheve schaats rijden of op andere wijze uit de bocht vliegen? Weet je wat ons probleem is? We vergelijken onszelf graag met minderen, daar steken wij mooi bij af! Dus… net als die Farizeeër!
Op de oude sluis in Lemmer ontdekten we een paar jaar geleden een ingemetselde steen, ik vermoed uit 1658 met de tekst: “Een die zijn zeil te hooge stelt wordt ligtlijk van de wind geveld.” Een oud en zeer waar woord. We blazen zo graag hoog van de toren en o, wat kunnen we dan diep vallen!
Ik zie het momenteel in de politiek gebeuren, zo’n verkiezingstijd is in feite vreselijk: het slechtste in de mens komt boven tijdens die openbare debatten waarbij ze elkaar met zichtbaar genoegen de grond in trappen! Veel politici gaan voor eigen eer, of in het gunstigste geval voor hun eigen partij. Ik kijk er bewust niet naar!
Betekent dit dat we anderen maar moeten laten doen en over hun fouten zwijgen? Nee! In Galaten 6 vers 1 staat: “Broeders (en zusters), ook als iemand onverhoeds tot enige overtreding komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt." We mogen, nee we móeten zelfs anderen op fouten wijzen, maar:” Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt!”
In Mattheüs 7 vers 1 staat: “Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op?” Wij vertonen vaak tunnelvisie als het om onszelf gaat. Dáár moeten we goed op letten: heb ik wel stenen om te gooien?
Soms denk je: hier móet ik iets van zeggen! Hoe kun je iemand op een nette manier wijzen op een splinter in het oog? Stel jezelf kwetsbaar op, geef een foutje van jezelf toe, want die hebben wijzelf ook!
Ik denk aan een verhaal van mijn opa Jantje Scherpenisse: er zat een stel voor hem in de kerk op vreselijk irritante wijze te flikflooien. Net toen ze elkaar een zoen wilden geven, stak hij zijn schipperspet tussen hun hoofden. Weinig subtiel, maar zeer effectief: ze durfden de rest van de kerkdienst geen vin meer te verroeren!
Dus áls het echt moet: doe het met verstand,
en vooral in alle bescheidenheid:
want we maken allemaal fouten!
En hoed je vooral voor tunnelvisie!