Geest-drift

70…

Psalm 92 vers 15 en 16: "In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen, zij zullen fris en groen zijn, om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is; Hij is mijn rots en in Hem is geen onrecht.”
Gisteren was ik jarig en werd op de kop af zeventig lentes jong! Mijn opa Jantje zei op een verjaardag steevast: “Nu is er zeker een hele verandering in je leven gekomen?” Eerlijk gezegd niet, toen misschien nog iets meer, want als kind denk je dat er een nieuwe wereld voor je opengaat als je zó veel jaar wordt! Onze kleinste kleinzoon werd laatst vier. Toen hij ’s morgens wakker werd vroeg hij: “Ben ik nou vier?” Hij keek een beetje sip, hij had er blijkbaar meer van verwacht. De klap kwam pas later: toen hij een week naar groep 1 geweest was verzuchtte hij vermoeid van al het nieuwe: “Ik wou dat ik nog maar drie was!”
Men beweert dat zeventig toch wel een mijlpaal is, het klinkt zo oud: dan hoor je toch wel bij de senioren. Ik vind deze verjaardag niet bijzonderder, ik heb het al 69 keer eerder meegemaakt. Trouwens: elke dag die God ons geeft is een verjaardag waarvoor we Hém moeten danken! Ik ben natuurlijk wél dankbaar dat ik deze leeftijd mocht bereiken. Mijn vader werd maar 63 jaar.
Ik heb het getal 70 hierboven bewust cursief getikt: het geeft de snelheid van het leven aan. Als je zo nu en dan achteromkijkt lijkt de tijd steeds sneller te gaan! Elk jaar, elke dag, elke seconde word je iets ouder! Erg? Eng? Nee, het heeft ook zijn bekoring. Je mag bijvoorbeeld steeds vaker jij en jou zeggen. Oké, ik kan niet meer wat ik vroeger kon, maar dat heeft ook zijn bekoring: daardoor hóef ik niet meer zoveel! Er zijn natuurlijk ouderen die veel moeten meemaken. Ik ben natuurlijk nog niet écht oud en gebrekkig. Als dat bij jou zo is bid ik je kracht, geloof en geduld toe,

Ik zou nu dus bij de bejaarden behoren. Oei, wat een woord! Ik durf vandaag de dag tegen niemand te zeggen: “Jij bent bejaard”, dan krijg ik misschien wel een proces aan mijn broek! Weet je wat het probleem is? Iedereen wil oud wórden, maar niemand wil oud zíjn en hier klopt dus iets niet: als je oud wil wórden, zul je eens oud zíjn, dat feit is onafwendbaar!
Ouder dan oud kan nog, maar het houdt natuurlijk wel een keer op. Soms hoor ik over echt stokoude mensen die ernstig ziek zijn. Dan is Leiden in last en zijn alle omstanders in mineur.  Of de dood wordt stilgezwegen en men doet alsof men weer beter wordt en binnenkort naar huis mag. Dan denk ik: hallo, het houdt een keer op! Je sterft toch eens? Wil je 120 worden of zo? Misschien ga je zeer binnenkort wel écht ‘naar Huis’. En dan zijn de nabestaanden soms nog verbolgen ook: “de arts had zus, de arts had zó…” Ik heb iemand gekend die me vanuit zijn ziekenhuisbed fluisterend toevertrouwde: “Ik lig hier op de afdeling oncologie, hier liggen allemaal kankerpatiënten, er was ergens anders zeker geen plaats…” Dan doe je dus net of er niets aan de hand is! Zeg het recht voor z’n raap en steek je kop niet in het zand! Ik zeg het nu een beetje cru, als je een kind of je geliefde aan de dood moest afstaan, is dat verschrikkelijk, daar wil ik niet aan tornen!
Ik eindig met het Bijbelvers waarmee ik begon en waarmee ik als bejaarde nog vruchten mag aandragen, een belijdenis: ”Hij is mijn rots en in Hem is geen onrecht!”
En wat dacht je van Spreuken 16 vers 31: “Grijsheid is een sierlijke kroon, ze wordt gevonden op de weg van de gerechtigheid.”
Wat? Grijs? Senioren-blond zul je bedoelen!
Prachtig om oud te zijn, toch?