Geest-drift

Vakantie 3: Babel…

 

Genesis 11 vers 4: “En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top tot in de hemel reikt,”
Vandaag zijn we de brug over het water van de Grote Belt in Denemarken gepasseerd: 19 kilometer lang en twee pylonen van 204 meter hoog die de grootste overspanning van 480 meter dragen. Je rijdt op het hoogste punt 57 meter boven de zeespiegel.
Ik heb geen hoogtevrees maar ik krijg daar toch een beetje de kriebels van, ik keek alleen recht voor me uit, niet teveel opzij naar het water.
Maar mijn onprettige gevoel had eigenlijk een andere oorzaak: ik vraag me in alle bescheidenheid af of zoiets niet te ver gaat. We mogen best zo’n ‘kunstwerk’ bouwen, zoals onze zuiderburen het zouden noemen, maar wist je dat daar ruim honderd jaar geleden nog zeilscheepjes tegen de elementen vochten om reizigers naar de overkant te brengen? Nu rijd je in een kwartiertje van de ene naar de andere oever. Prima hoor, niks mis mee, maar we vinden al onze wonderen der techniek, die we zelf bedacht hebben, zo vanzelfsprekend. Alles wat we willen moet ook maar kunnen en alles wat we willen kán ook bijna!
Ik dacht aan onze oude wijze buurman van weleer. Hij had nog nooit gevlogen en was dat ook niet van plan ooit te gaan doen. Hij sprak de gedenkwaardige woorden: “Als we geschapen waren om te vliegen, dan hadden we wel vleugels gehad.” Erachteraan zei hij met een knipoog: “Er is trouwens nooit een vliegtuig in de lucht gebleven hoor, ze zijn tot nu toe allemaal nog naar beneden gekomen.”
Ik dacht ook aan de torenbouw van Babel. Je las hierboven wat men van plan was en iets verderop in dat hoofdstuk zegt God: “Dit is het begin van wat zij gaan doen”. Je kunt deze woorden uitleggen als: dit gaat van kwaad tot erger!
De techniek schrijdt met rasse schreden voort, we kunnen steeds meer en we wíllen steeds meer. Het leven is maakbaar geworden en we voelen ons onfeilbaar en onafhankelijk.
Intussen loopt er véél uit de hand, ik noem alleen even het energieverbruik en de CO2-uitstoot, maar ik zou met gemak een A-viertje vol kunnen schrijven over alles wat er mis dreigt te gaan of al mis gáát.
Intussen genieten we heel onbescheiden en zelfgenoegzaam van alle wonderen die we dus zelf bedacht hebben. Moderne kennis is sensationeel! Wie denkt er nog aan onze Schepper, Die heel onze wondermooie wereld gemaakt heeft, van Wie we afhankelijk zijn, elke seconde van ons leven? Het geloof is nauwelijks nog een kracht in de wereld, God wordt zelfs vaak ontkend! Als je nog gelooft word je door velen wat meewarig aangekeken.
Weet je nog toen er corona uitbrak en wijzélf dit virus in een paar weken tijd de hele wereld rondbrachten? Iedereen was het erover eens: “Vanaf nu gaan we het anders doen, corona heeft ons leven voor altijd veranderd!” Wat is er uiteindelijk van gekomen? Niets! We hebben onze oude eigenzinnige gewoonten als vanzelf weer opgenomen! We zijn nog erger dan de Babyloniërs: we willen niet eens even hoog dan God worden, we denken dat we goden zíjn!
Ik denk aan de medische wetenschap, waarbij we steeds vaker op Gods stoel moeten gaan zitten, om te beslissen over leven en dood. Ik denk ook aan de plastische chirurgie: We zijn ontevreden over de tempel van de Heilige Geest: ons lichaam! (1 Korinthe 6 vers 19 en 20)
Ik besluit met Psalm 95 vers 6 en 7: “Kom, laten wij ons neerbuigen en neerbukken, laten wij knielen voor de HEERE, Die ons gemaakt heeft. Want Hij is onze God en wij zijn het volk van Zijn weide en de schapen van Zijn hand.”
Amen!