Geest-drift

 Vakantie 1: Onrust…

 

Klaagliederen 1 vers 20: “Zie, HEERE, hoe het mij bang te moede is; mijn ingewanden zijn vol onrust…”
“Ik ga slapen, ik ben moe. ‘k Sluit mijn beide oogjes toe.
Heere houdt ook deze nacht over mij getrouw de wacht.
En wilt U zijn met Pa, Ma, Cora, Els en iedereen op de wereld.
En wilt U ook zorgen dat…”
Toen ik ‘aan de wal ging’ om naar school te gaan, was dit mijn avondgebed. Ik wist ineens niet meer hoe het verder ging! Ik had het jarenlang gezongen, nu was ik alleen en fluisterde het, was dat de oorzaak? De op één na laatste zin sprak ik steevast uit: de zorgen om mijn gezin, mijn huis en haard, mijn verlangen naar, de onrust… Daarna bracht ik mijn persoonlijke besognes bij God: problemen die vooral voor een uitwonend schoolkind gelden en ander dreigend onheil waar elke puber mee tobt. In mijn boek ‘Het kielzog van mijn Vader’ schreef ik: “Zo trok God me naar Zich toe door de omstandigheden die Hij schiep.” Het toont hoe diep deze gebeurtenis in mijn kinderzieltje insneed! Zie daar de tekst uit Klaagliederen: als ik op zondag niet aan boord was, had ik vaak pijn in mijn buik en moest soms overgeven…
De eerste overnachting in ons campertje is in Wageningen bij, je raadt het nooit… de haven! Er ligt een oud binnenvaartscheepje, omgebouwd voor recreatie. Het model heette vroeger in schippersjargon ‘een metorretje’. De naam voel je misschien al aankomen: ‘Onrust’.
Ik voel de onrust van het varen wel in mijn botten: acht generaties van vader op zoon, misschien nog meer, vanaf zestien zoveel, misschien nog eerder, allemaal gevaren, ik dus niet, zit het in mijn genen? Ik kan de onrust van een zeeman wel begrijpen: op zee verlangt hij naar huis en eenmaal thuis, dan roept de zee. Ik voel die onrust als ik een schip op de Noord nakijk. Spijt dat ik niet ging varen? Mijn verstand zegt volmondig nee, maar mijn hart…
Nu heb ik onrust van de vakantie: zo ver van huis en haard: bij mij extra gevoelig door mijn bijzondere jeugd? Als we eenmaal weg zijn is het Goddank over en geniet ik van de vakantie.
Destijds, tijdens dat avondgebedje begon de onrust door het missen van mijn vertrouwde omgeving, de kleine en veilige wereld waarbuiten alles vreemd, zelfs vijandig leek. Sophie was ook schipperskind. Toen onze kinderen opgroeiden, hebben vaak tegen elkaar gezegd: “Gelukkig hoeven ze niet naar een internaat!”
Wij hebben rust gevonden in Alblasserdam en in de Ichthuskerk. Wij zouden voor geen goud willen vertrekken uit die vertrouwde omgeving met zoveel vrienden en bekenden. En nu gaan we op vakantie, weet ik veel waar naartoe… onrust!
Nee, zo kan ik niet op vakantie… schreef ik een week voor de vakantie! Onderweg moeten we rust zoeken en dat kan! We hebben geen haast, we hebben alle tijd, we mogen ervan genieten!
Ik denk aan mijn geliefde Psalm, in de NBG-vertaling, dat klinkt het mooist: “Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God, in Hem is mijn heil…”
Ik hoef me zelden te haasten, weet je waarom? Ik vertrek ruimschoots op tijd! Ik ben meestal een van de eersten in de kerk: lekker alleen met mezelf en met God. Dus: in de vakantie haasten we al helemaal niet!
Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God… maar toch, die onrust…
Er schieten me een paar zinnen van een lied te binnen, vast ouder dan de NBG, wéér schippersjargon: “Ik heb de vaste grond gevonden, waarin mijn anker eeuwig hecht…”
Waarlijk, mijn ziel…
maar toch, die onrust…