Geest-drift

Pinksteren…

Lukas 24 vers 50-53: “Hij leidde hen naar buiten tot bij Bethanië. En Hij hief Zijn handen op en zegende hen. En het geschiedde, terwijl Hij hen zegende, dat Hij Zich van hen verwijderde. En Hij werd opgenomen in de hemel. En zij aanbaden Hem en keerden terug naar Jeruzalem met grote blijdschap. En zij waren voortdurend in de tempel, terwijl ze God loofden en dankten. Amen."

Pinksteren wordt gezien als het begin van ‘de kerk’: ‘één heilige, algemene en apostolische kerk’, die we wel belijden, maar niet waarmaken want één kerk? Nou, niet echt! In het Pinksterverhaal lezen we over ruim een dozijn talen. Denk je dat die allemaal op precies dezelfde wijze geloofden? Misschien zei de één wel Heer en de ander Heere, misschien zong de één wel hele noten en de ander ritmisch, maar daar gingen ze niet over bakkeleien, want ze waren ‘allen eensgezind bijeen’. Zover zijn wij nog lang niet!
Eigenlijk vind ik dat de kerk zijn oorsprong had bij de hemelvaart van Jezus. Je las zojuist: “En zij waren voortdurend in de tempel, terwijl ze God loofden en dankten. Amen.” Deze gebeurtennis gaat in Handelingen 1 en 2 naadloos over in de uitstorting van de Heilige Geest. De eerste dominostenen begonnen te vallen tijdens de verschijningen van Jezus ná Zijn opstanding, toen Hij ‘de schriften voor hen opende’. Tijdens de hemelvaart vielen de kwartjes bij de discipelen pas écht en begrepen ze dat Jezus écht was opgestaan en werden ze euforisch. De rest volgde als vanzelf.
Ik schrijf in mijn boek ‘Het kielzog van mijn Vader’: “We gingen staan. De dominee hief zijn handen en sprak de zegen uit. Het leek of ik zijn hemelvaart beleefde: de voorganger verdween met zegenende handen in een mistige verte. Ik dacht: ik moet gaan zitten, anders val ik flauw. Toen ging het licht uit.” Ik heb door die ervaring een haarscherp beeld hoe Jezus’ hemelvaart eruitgezien moet hebben: ik zie het als het ware voor mijn ogen gebeuren!
Je zou verwachten dat de discipelen en andere volgelingen in mineur waren, want Jezus was door Zijn hemelvaart verdwenen. Dat was niet zo: ze begrepen eindelijk alle aanwijzingen in het Oude Testament: één grote profetie over de komst én wederkomst van Jezus!
Het échte Pinksteren, met tongen van vuur en windvlagen en al die vreemde talen, verlang ik daar nou naar? Och, Jezus zei na de belijdenis van de ongelovige Thomas: ” Zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.” Ik hóef het niet persé te zien.
Ik voel me beter thuis bij Mattheüs 6 vers 6: “Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden.” Dát vind ik intiemer dan Pinksteren.
Weet je, mijn gebeden zijn niet echt zo geweldig. Daarom heb ik er meer aan als de Heilige Geest voor mij persoonlijk bidt, zoals in Romeinen 8 vers 26: beloofd wordt, dat is óók Pinksteren: “En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.”
Zie je het voor je? De Heilige Geest, die heel intiem tot de Vader spreekt: “Zeg, Ik wil het eens even over Aad hebben, hij bad…” Nee, daar kunnen we ons geen voorstelling van maken, maar zóiets moet het toch zijn. Daar heb ík persoonlijk meer aan, denk ik.
In Psalm 25 vers 14 lees ik: “Vertrouwelijk gaat de HEERE om met wie Hem vrezen…
Dát is óók Pinksteren: vertrouwelijk met jou…
Toch?