Geest-drift

Liefde...

 

1 Johannes 4: ”Gods liefde lijdt tot wederliefde.”
Hoe vaak hebben wij, de hond en ik, niet samen op het bankje naast de ingang van Albert Heijn gezeten, wachtend op het vrouwtje dat boodschappen deed? De hond vond het prachtig. Hij was een jaar oud toen we hem kregen en hij had hij al heel wat meegemaakt. Ondanks die slechte start bleef hij het goede in de mensen zoeken, én vinden. Zo ook bij dat bankje: hij ging vlak naast het loopje van de klanten zitten met zijn voordeligste snuit en keek iedereen hoopvol aan. Ik zag het al aan zijn staart als er iemand terugkeek: die ging ineens als een gek heen en weer. Een Vlaamse jongeman zei daar eens over: “Amai, uwen staart vliegt er nog ‘ns af!” Het was echt een hondje waarvoor elke dierenliefhebber smolt: het slachtoffer móest even bij hem neerknielen, iets vriendelijks zeggen en over zijn bol aaien, dan was het beestje weer gelukkig.
Nu Genesis 1 vers 27: “En God schiep de mens naar Zijn beeld.” Waar ging dit mis? Vrij snel, in Genesis drie al! Ja, precies: die slang, maar dat is geen excuus en dat wist Eva ook!
Hoe duiden we iemand aan als we zijn of haar naam niet weten? Die dikke, die magere, die met die grote neus, meestal iets negatiefs. Hoe beoordelen we anderen? Vaak pikken we de slechte eigenschappen eruit. Bijkomend voordeel: we steken er zelf beter bij af!
Onze meningen worden steeds radicaler en iedereen die anders denkt, ziet het verkeerd. Er komt steeds meer verbaal en non-verbaal geweld voor: als ik een bepaalde mening over iets heb, moet jij het ook zo zien! Intussen luisteren we nauwelijks naar elkaar. Kijk eens naar de discussies over discriminatie: de meningen zijn, excuses voor de woordspeling, wel erg zwart-wit. Er worden beelden van helden uit het verleden omgehaald, maar hebben we daar het recht toe? Jezus zei het al: “Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.”
We kennen allemaal het grootste gebod uit Mattheüs 22 vers 37-39, ik tik het even helemaal uit, dat is voor ons een goede oefening: “U zult de Heere uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.”
Mijn hond had geen verstand van geloofszaken, dus ik beperk me nu tot het tweede gebod, daar wist hij alles van, een hond is onvoorwaardelijk trouw! Er staat in dat tweede gebod enkelvoud: ‘naaste’, zie je dat? Niet alleen maar halleluja, lief zijn voor elkaar, maar alleen jij en ik, één op één, dat gaat veel dieper! Let wel, ik heb het niet alleen over het huwelijk. In Romeinen 12 vers 5 staat: “…zo zijn wij, hoewel met velen, één lichaam in Christus, …” We denken natuurlijk ook aan 1 Korinthe 13, gelezen in bijna elke trouwdienst, maar het geldt voor iedereen! Even in telegramstijl wat liefde is: geduldig, vriendelijk, niet jaloers, niet gewichtig, geen eigenbelang, niet verbitterd, denkt geen kwaad, gelooft, hoopt en verdraagt alle dingen. Kan ik dat? Nee! Alleen met God, de liefde van God. Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft…
1 Johannes 4 vers 11: “Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben”
De hond deed het me steeds voor: het goede zoeken in de mens.
Zonder hem dreig ik het af te leren.
God zoekt het ook: het goede in de mens…
Hij vindt het… dankzij Jezus!
Ik mis dat beest,
nog elke dag.