Geest-drift

Mijn bestaan…

 

Lezen: Johannes 21 vers 3 en 4: “Simon Petrus zei tegen hen: Ik ga vissen. Zij zeiden tegen hem: Wij gaan met u mee. Zij gingen naar buiten, en gingen meteen aan boord van het schip; en in die nacht vingen zij niets.”

Ik voel het Bijbelverhaal precies aan: de discipelen vielen in een gat, Jezus was dood, dachten ze. Het sprookje was uit, de roze ballon kapot gesprongen. Hoe nu verder? Petrus, altijd haantje de voorste, dacht: dan gaan we maar weer over tot de orde van de dag en sprak: “Ik ga vissen.” Zijn makkers stemden ermee in: ze namen het leven weer op waar ze gebleven waren, alsof er niets gebeurd was. Er moest weer brood op de plank komen.
Ik dacht aan een indringend boek over de waanzin van oorlog: ‘De Kapitein’ van Jan de Hartog. Het gaat over een sleepboot die in een konvooi naar Moermansk vaart als reddingboot: het opvissen van drenkelingen van vernielde schepen.. De angst die men doorstond wordt daarin heel goed beschreven. Elk moment van de dag of nacht kon er ineens een schip getroffen worden door een torpedo van een onderzeeër of kon er een eskader vijandelijke vliegtuigen uit de bewolking duiken. Op een keer werd een vrachtschip vlakbij geraakt. Het kon niet meer varen, maar zonk niet. Toen riep de kapitein van de sleepboot: “We gaan slepen!” Ze deden of de oorlog niet bestond en gingen het getroffen schip slepen, een krankzinnig idee: zo traag als een slak en ver van het konvooi dat nog enigszins bescherming bood. Even later vloog de sleepboot zelf de lucht in.
“Ik ga vissen.” We gaan gewoon verder, alsof Jezus niet geweest is…
Ook op Goede Vrijdag? Ook na Pasen? Dat kan toch niet?
“En toen het al ochtend geworden was, stond Jezus aan de oever, maar de discipelen wisten niet dat het Jezus was. Jezus dan zei tegen hen: Kinderen, hebt u niet iets voor bij het eten? Zij antwoordden Hem: Nee. En Hij zei tegen hen: Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden. Dus wierpen zij het uit en zij konden het niet meer trekken vanwege de grote hoeveelheid vissen.”
Jezus staat ook aan ónze zijlijn met een vuurtje: het vuur van Zijn liefde. Wij gedenken juist in de lijdensweek wat Hij gedaan heeft. Het kostbaarste deel van het Evangelie, eigenlijk: Het Evangelie, Zijn lijden en sterven, én Zijn opstanding uit de dood! Onze dood!
Jezus heeft ons door: Hij staat aan de kant en vraagt: “Lieve kind, heb je niets te eten, heb jij jezelf en Mij nou niets méér te bieden?” Dan reikt Hij een beter plan aan: “Gooi het net nu eens aan de andere kant uit.” Jezus bedoelt: doe het nu eens ánders en wees eerlijk tegen jezelf, tegen je medemensen en tegen Mij! Die pokerface hou je niet vol. Stop met je groothouden! Gedeelde smart is halve smart, en die smart kunnen we delen met elkaar én vooral: delen met Jezus, want Hij weet als geen ander wat lijden ís.
De discipelen gooiden het over een andere boeg en hadden hun net barstensvol vis!
Zullen wij het ook eens anders gaan doen?
In vers 6 staat het zo simpel: “Dus wierpen zij het net uit”
Het leven gaat na Goede Vrijdag en Pasen niet ‘gewoon door’.
Het leven moet ánders, héél anders!
Ooit mocht ik met Gospelkoor ‘His Voice’ hierover zingen:
“Mijn bestaan zal nooit meer ’t zelfde zijn!”
Zo is het toch?
Toch?